De tentoonstelling Vrouwen van het AUP. belicht het werk van vier vrouwelijke architecten die allen voor de Gemeente Amsterdam afdeling Dienst Publieke Werken hebben gewerkt en een bijdrage hebben geleverd aan het Algemeen Uitbreidingsplan in Amsterdam van 1935, ook wel het AUP. genoemd. Tot op heden is het AUP. altijd toegeschreven aan stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren en zijn team van mannelijke architecten. Deze tentoonstelling vertelt echter dat ook toonaangevende vrouwelijke architecten een bijdrage leverden aan deze grootschalige stadsuitbreiding in Amsterdam.

In de tentoonstelling staan vier vrouwelijke architecten centraal: Jakoba Mulder (1900 – 1988), Koos Pot-Keegstra (1908 – 1997), Anna van Hattem (1924 – 1984) en Manon Beukema Toe Water-Peyrot (1927 – 2014). De tentoonstelling toont divers archiefmateriaal van de vier architecten afkomstig uit het Stadsarchief Amsterdam en Nieuwe Instituut, foto’s, video’s, geluidsfragmenten, tekeningen en objecten. In de tentoonstelling wordt een 1 op 1 fragment van de architecten uitgelicht. In het 1 op 1 fragment ligt een belangrijk architectonisch ontwerp centraal.

Met de tentoonstelling Vrouwen van het AUP. streeft het Van Eesteren Museum een historische correctie na. Het museum wil het dominante narratief in de architectuur- en stedenbouw- geschiedenis, waarin het mannelijke individu de meeste credits krijgt toegedicht, adresseren, kritiseren én corrigeren. De tentoonstelling richt zich niet uitsluitend op hun bijdrage aan het AUP. maar op hun bredere carrière in Amsterdam.