Tentoonstellingen aanmelden

Vlaamse expressionisten uit de kast
Esmé van der Krieke

Stagiaire Museumtijdschrift

  • 2 maanden geleden
  • Recensie
  • Beeldende kunst

In Museum Kranenburgh is een bijzondere tentoonstelling te zien rondom de Vlaamse kunstenaars Gustave De Smet, Frits Van den Berghe en Constant Permeke. Bergenaar Leo Gestel blijkt van doorslaggevend belang voor hun karakteristieke, aardse beeldtaal.

Gustave De Smet, ‘Vrouw bij rozelaar’, 1912, © The Phoebus Foundation, Antwerpen

Bij binnenkomst van de tentoonstelling wordt als voorproefje op wat komen gaat van elk van de drie Vlaamse kunstenaars één werk getoond, waaronder een schilderij van Constant Permeke met massieve hoeken en sterke licht-donkercontrasten. De abstracte vormen en monumentale figuren zijn uitgedrukt in zogenaamde ‘Vlaamse bruinen’: de warme kleuren die zo typerend zijn geworden voor het Vlaams expressionisme. Wat minder bekend is: het heeft een tijdje geduurd voordat de voormannen Gustave De Smet (1877-1943), Frits Van den Berghe (1883-1939) en Constant Permeke (1886-1952) hun onderscheidende stijl hadden gevonden. Terwijl in de rest van Europa onder invloed van kunststromingen als Die Brücke en Der Blaue Reiter de keurige regels van het impressionisme omver werden gegooid, was het in Vlaanderen nog lang normaal om als kunstenaar klassiek opgeleid te worden. Ook dat is in de eerste tentoonstellingszaal mooi te zien, bijvoorbeeld aan de hand van een typisch impressionistisch werk van De Smet: een jonge vrouw in de natuur met lichte en losse toets op het doek gezet.

Terug naar de essentie
Keurige, prachtige fijn geschilderde werken zijn in Museum Kranenburgh bijeengebracht. Onder invloed van de belangrijke impressionistische voorganger Emile Claus (1849-1924) staan ook bij De Smet, Van den Berghe en Permeke in deze begintijd de natuur en heldere kleuren centraal, ook wel ‘lichtschilderen’ genoemd. De werken krijgen een nog mooier effect door de hoge zalen van het museum waarin dankzij de grote ramen veel daglicht naar binnen valt.

Constant Permeke, ‘Het zwarte brood’, 1923, © The Phoebus Foundation, Antwerpen

De rust die deze landschappen uitstralen wordt verstoord door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog: De Smet en Van den Berghe vluchten naar Nederland, Permeke komt in Engeland terecht. Bij een tentoonstelling in Amsterdam raken De Smet en Van den Berghe onder de indruk van het werk van Leo Gestel, dat bestaat uit kubistische vlakken en donkere kleuren, een stijl die bekend is geworden als de Bergense School.

Mooi is op de tentoonstelling te zien hoezeer de landschappen die Gestel tijdens een reis naar Mallorca maakte van invloed waren op de Vlaamse kunstenaars. De vormen worden teruggebracht naar hun essentie, dat wil zeggen minder figuratief en meer abstract, en het lichte kleurenpalet verandert in sombere aardkleuren. Ook daarop speelt het museum in door de muren mee te kleuren en de werken in een donkerder ruimte te plaatsen. Bij De Smet en Van den Berghe zijn ongeveer dezelfde ontwikkelingen en invloeden te zien, terwijl Permeke in Engeland een eigen expressionistische stijl vormt met nóg duisterdere kleurvlakken dan zijn collega’s.

Traditie in de prullenbak
Vanaf de jaren twintig, vlak na de Eerste Wereldoorlog, keren de drie kunstenaars terug naar Vlaanderen waar het expressionisme zich verspreidt en een gangbare stijl wordt. Er ontstaat een enorme verscheidenheid, waarbij een aantal kunstenaars zich richt op het stads- en nachtleven terwijl bijvoorbeeld Permeke voornamelijk zeegezichten, vissers en het boerenleven schildert. Ook de beeldhouwwerken met hun kenmerkende hoekige vormen van Jozef Cantré en Rik Wouters tonen de variëteit van de stroming.

Floris Jespers, ‘Marc groet ’s morgens’, 1928, © The Phoebus Foundation, Antwerpen

Dat er in dit naoorlogse Vlaanderen een levendige kunstenaarsgemeenschap is ontstaan, blijkt onder meer uit het portret van Floris Jespers van zijn zoon Marc die het onderwerp is van het bekende gedicht ‘Marc Groet ’s Morgens de Dingen’ van Paul van Ostaijen. Dit laat zien hoezeer kunstenaars en dichters samen optrokken.

Op leuke en interessante wijze neemt Museum Kranenburgh je aan de hand van ongeveer zestig kunstwerken mee in een duidelijke overzichtstentoonstelling, waarin de traditie in de prullenbak wordt gegooid en een nieuwe manier van schilderen wordt omarmd.

‘Vlaamse Expressionisten’, t/m 10 juni in Museum Kranenburgh, Bergen, MK geldig, www.kranenburgh.nl

Hoofdbeeld: Gustave De Smet, ‘Malpertuis’, 1921, © The Phoebus Foundation, Antwerpen

Reageer op Vlaamse expressionisten uit de kast

Dit veld is verplicht Vul een geldig emailadres in
Dit veld is verplicht