Tentoonstellingen aanmelden

Vluchten in abstractie
Arjan Reinders

Kunstcriticus

  • 2 weken geleden
  • Recensie
  • Beeldende kunst

Voor het eerst toont het Gemeentemuseum Den Haag ‘s werelds grootste Mondriaancollectie in zijn geheel. Valt er nog iets nieuws te leren over zijn reis richting de abstracte kunst?

‘De ontdekking van Mondriaan’ heet de tentoonstelling, en heel even hoopte ik dat deze zou laten zien hoe Piet Mondriaan is ontdekt. Deed hij mee aan een begin twintigste-eeuwse versie van Holland’s Got Talent? Nee, met de titel wordt natuurlijk bedoeld: Mondriaans ontdekking van de abstractie, de werkelijkheid teruggebracht tot haar essentie, in schilderijen die in niets meer naar de zichtbare werkelijkheid verwijzen.

Piet Mondriaan: ‘Oostzijdse molen bij avond’, circa 1907-1908, olieverf op doek, Gemeentemuseum Den Haag.

Het is het verhaal dat bijna iedereen zal kennen. Zo werden ‘Rode boom’ (1908), ‘Grijze boom’ (1911) en ‘Bloeiende boom’ (1912), het drieluik dat Mondriaans stapsgewijze route richting abstractie zo mooi laat zien, in het tv-programma De Meesterwerken onlangs bijna uitgeroepen tot ‘het meesterwerk van 2017’.

Piet Mondriaan, ‘Zeeuwsche kerktoren’, 1911, olieverf op doek, Gemeentemuseum Den Haag.

Soepel en precies
Iets nieuws biedt ‘De ontdekking van Mondriaan’ dan ook niet, althans, vrijwel niet. Het is met name de omvang die deze tentoonstelling, als zovele georganiseerd in het kader van honderd jaar De Stijl, bijzonder maakt. Met driehonderd werken pocht het Gemeentemuseum terecht dat het de grootste collectie Mondriaans ter wereld heeft. Die is nu voor het eerst in haar geheel te zien – chronologisch, overzichtelijk verdeeld in elf hoofdstukken, van ‘Hollands landschap’ tot ‘ritme en dynamiek’.

Dat Mondriaan in zijn begintijd een erg goede realistische schilder was, zal voor menigeen misschien wel de grootste ‘ontdekking’ van deze tentoonstelling zijn. De wanden hangen vol soepel en precies gepenseelde landschappen met bomenrijen, slingerende slootjes en primitieve boerderijen. Dat hij jaren later uiteindelijk zijn toevlucht zocht tot slechts een paar rechte lijnen en primaire kleurvlakken was echt niet uit arren moede, dat is duidelijk. Eerder misschien zelfs het omgekeerde: schilderen kon hij, en dus wilde hij meer: groot kunstenaar worden, vernieuwer. Hoe dat traject verliep, via het luminisme, de esoterie en De Stijl, weten we inmiddels, en is in de tentoonstelling wederom te volgen.

Absolute liefde
Ook is er veel ruimte voor de mens Mondriaan, over wie steeds meer bekend wordt. Zo verschenen er onlangs twee lijvige Mondriaanbiografieën: een van Léon Hanssen én een van Hans Janssen. Vooral de laatste, conservator bij het Gemeentemuseum, probeert al jaren het imago van Mondriaan als ‘saaie, hoekige man’ (zoals Jeroen Krabbé hem in mei nog noemde in NRC Handelsblad) bij te stellen. En dus is er in de kabinetten grenzend aan de tentoonstelling, in het rijk geïllustreerde biografische overzicht, veel aandacht voor alle vriendinnen die Mondriaan erop nahield, en voor al die legendarische jazzavondjes die hij bezocht.

Piet Mondriaan: ‘Victory Boogie Woogie’, 1942-1944 (New York), olieverf, tape, papier, houtskool en potlood op doek, bruikleen van ICN, Amsterdam.

Uitgebreid wordt stilgestaan bij Mondriaans knipperlichtrelatie in de jaren 1918-1923 met de veertien jaar jongere Willy Wentholt, misschien wel zijn grote liefde, die hij liet schieten omdat hun relatie volgens hem niet voldeed aan zijn ideaalbeeld van een ‘absolute liefde’. Een deel van de recent ontdekte tweeëntwintig brieven die Mondriaan haar stuurde, in het bezit van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, wordt hier voor het eerst getoond. Ze zijn pijnlijk om te lezen: “Ik ben niet in jouw teleurgesteld”, schreef hij Willy op 16 maart 1918 vanuit Laren, “maar ik had eerst de illusie van een heel groote liefde. Ik ben niet zeker dat die heel groote liefde, die ik bedoel, later bij je zou komen, en daarom is ’t beter zoo. Dus we spreken er maar niet meer over, zooals je me voorstelde.”

Ook een beetje treurig is de laatste zaal van de tentoonstelling, waar de ‘Victory Boogie Woogie’, Mondriaans grote onvoltooide werk, er in z’n eentje heel saai bijhangt. In een poging dat werk van een context te voorzien, staan er een aantal paspoppen met avondjurken uit de jaren twintig en dertig rond te draaien, en klinkt af en toe een voorzichtige flard jazzmuziek door de ruimte.

Asbak van Piet Mondriaan, ca 1940, glas, schenking particuliere collectie, Gemeentemuseum Den Haag, foto Arjan Reinders.

Een beetje melig werd ik ervan. Net als van het allerlaatste stuk in de tentoonstelling: Mondriaans asbak uit zijn atelier in New York. In zijn Parijse atelier, dat in het Gemeentemuseum op ware grootte is nagebouwd, rusten twee pijpen in ouderwets degelijke, ronde asbakken. In New York drukte Mondriaan zijn peuken blijkbaar uit in een strak, modern gevaarte van spiegelend glas. Toch nog wat geleerd.

‘De ontdekking van Mondriaan’, t/m 24 september, Gemeentemuseum Den Haag, MK geldig, www.gemeentemuseum.nl

Hoofdbeeld: Piet Mondriaan: ‘Bloeiende Appelboom’, 1912, olieverf op doek, Gemeentemuseum Den Haag.

Reageer op Vluchten in abstractie

Dit veld is verplicht Vul een geldig emailadres in
Dit veld is verplicht

Er zijn 2 reacties op Vluchten in abstractie
  1. Andrea de Mare

    Eigenlijk vond ik de oudere werken, de landschappen, bomen e.a erg mooi. Die verdienen ook meer aandacht dan dat ze krijgen.

  2. m.oerlemans

    Woah,gelukkig heb ik nog tijd om straks als ik terug ben uit Portugal met mijn vriend ,het moois van Mondriaan met eigen ogen te be-schouwen..Groet van aMor3aanique.