Het is 75 jaar geleden als ongeveer dan 3.000 Molukkers, KNIL-militairen (Koninklijk Nederlands-Indisch Leger) en hun gezinnen in kamp Westerbork worden ondergebracht. Voor een tijdelijk verblijf, zo wordt hen voorgehouden. De naam van het doorvoerkamp is veranderd in Woonoord Schattenberg. Op 21 maart 1951 arriveren de eerste Molukkers in Nederland, bij aankomst volgt voor alle militairen ontslag. Op 22 maart komen enkele honderden van hen aan in Schattenberg. In totaal komen ongeveer 13.000 Molukkers naar ons land. Van terugkeer naar de Molukken kwam het niet.
In april 1952 bezocht de Joodse fotograaf Maria Austria (1915-1975) Schattenberg om het Molukse orkest te fotograferen. In de barakken waar nu Molukkers woonden, hadden haar zus, moeder en broer gevangen gezeten. Haar moeder, broer en zijn vrouw overleefden de oorlog niet. Austria was in 1937 vanuit Wenen naar Amsterdam gevlucht. In 1942 dook ze onder: ‘Ze moeten me komen halen, vrijwillig ga ik nooit achter tralies of prikkeldraad.’ Vanuit het onderduikadres vervalste ze persoonsbewijzen en voerde koeriersdiensten uit. Vrijwel meteen na de bevrijding fotografeerde ze in Amsterdam de terugkeer van Joodse gevangenen uit Westerbork en de gevolgen van de hongerwinter. In Schattenberg maakte Austria 31 foto’s.
In Maria Austria was hier worden foto’s uit haar werk gepresenteerd: de Schattenbergfoto’s, foto’s uit de Tweede Wereldoorlog en zijn nasleep, en muziek- en theaterfoto’s. Daarnaast vertellen twee projecties de geschiedenis van twee families: de Joodse familie Oestreicher met als hoofdpersoon Maria Austria, én de Molukse familie Wairata, met als hoofdpersoon Otto.