Jan Jordens (1883-1962) behoort tot de oprichters van de Groningse kunstenaarskring De Ploeg, maar trad in de vooroorlogse jaren minder op de voorgrond dan bijvoorbeeld Jan Wiegers, Jan Altink en Johan Dijkstra. Wanneer hij na zijn pensionering als docent tekenen zich volledig kan richten op zijn kunstenaarschap, ontwikkelt hij zich in Noord-Nederland tot een van de pioniers van de moderne kunst. Tot de hoogtepunten van zijn naoorlogse werk behoren de aquarellen die hij tijdens zijn jaarlijkse zomerverblijven op Schiermonnikoog maakte van duinen en sparren. De kleine expositie die Museum Belvédère naar aanleiding van het verschijnen van het boek De Ploeg op Schiermonnikoog samenstelde, laat zien hoe Jordens in het aquarelleren volledige vrijheid vond, hoe hij figuratie laat oplossen in abstractie én hoe zintuigelijke zintuiglijke waarnemingen onder zijn schildershanden transformeren in sensaties van licht en kleur.
Beeld: Jan Jordens