Cen­traal in Het knokken van de knuffelkooi staat de po­sitie van de vrouw in een door mannen ge­do­mi­neerde we­reld. Waar ligt de ba­lans tussen mee­gaan in het sys­teem van do­mi­nantie, dit be­vragen en dit aan­vechten? Hoe voor­komt de vrouw dat zij in een maat­schappij ge­stoeld op man­ne­lijke normen van zich­zelf ver­vreemd raakt? Het keurs­lijf waarin ze zich be­vindt is op­ge­legd en be­per­kend en fun­geert te­ge­lij­ker­tijd als een ‘zelf­ver­ko­zen’ af­weer­stra­tegie. Want me­nige kooi is ook een vei­lige en ver­trouwde ruimte voor he­ling en her­laden, of een ro­buust harnas van waaruit het me­cha­nisme met her­nieuwde strijd­baar­heid te lijf kan worden ge­gaan.

Het be­tonnen Fort bij Vijfhuizen werd ooit ge­bouwd als mi­li­taire plek van (man­ne­lijke) be­scher­ming en af­weer. Het knokken van de knuf­fel­kooi vult het met ar­tis­tieke per­spec­tieven op de staat van de vrouw, vol kleur­rijke ver­ont­waar­di­ging en duis­tere humor, rei­kend naar de pijn­grens en met een glimp van hoop.

Beeld: affiche Het knokken van de knuffelkooi