Als in het midden van de 20ste eeuw Zaanse houten huizen en molens dreigen te verdwijnen onder moderne fabrieken en woonwijken, wordt een uniek reddingsprogramma op touw gezet. Het resultaat is de Zaanse Schans. Hoe kan het dat dit kleine Zaanse buurtje met zijn molens en groene huizen zo’n wereldwijde aantrekkingskracht heeft en dat het symbool is komen te staan voor het ‘echte Nederland’? Dat onderzoekt het Zaans Museum in de tentoonstelling Dromen in hout. Het verhaal van de Zaanse Schans.
Massatoerisme en erfgoedbehoud
Miljoenen toeristen bezoeken de Zaanse Schans elk jaar. Foto’s van de molens, klompen en de groene houten huisjes gaan de hele wereld over. Wat ooit begon als een reddingsoperatie voor lokale houtbouw is een internationaal toeristisch succes geworden. Het succes kent ook een keerzijde. Door de grote aantallen bezoekers komen het erfgoed en de veiligheid onder druk te staan. In de Zaanstreek woedt inmiddels een discussie over vragen als: hoeveel bezoekers kan de Zaanse Schans aan? Wie moet er opdraaien voor de kosten? En is de Zaanse Schans nog wel van de Zaankanters?
Deze discussie is aanleiding voor het Zaans Museum om met een tentoonstelling stil te staan bij het ontstaan van de Zaanse Schans. Wat was de intentie van de bedenkers? En hoe kreeg hun droom vorm?
Marieke Verweij, directeur van het Zaans Museum: “Als museum van de Zaanstreek, dat onlosmakelijk verbonden is met de Zaanse Schans, vinden we het belangrijk om te onderzoeken hoe het “Zaanse buurtje” zich heeft ontwikkeld tot het icoon dat het vandaag de dag is. En hoe we de uitdagingen van vandaag de dag weer aangaan om dit erfgoed te behouden. De molens, historische panden en werkplaatsen vormen het levende laboratorium van de Zaanstreek: hier wordt techniek in werking getoond, hier wordt vakmanschap beoefend en hier wordt geschiedenis tastbaar. Het Zaans Museum voegt daar met deze tentoonstelling context, verdieping en duiding aan toe. Binnen en buiten zijn zo één samenhangend verhaal. Bezoekers ervaren daarmee niet alleen het beeld, maar ook de betekenis.”
Beeld: Frans Mars, Zicht op de Julianabrug, met op de achtergrond molen ‘De Ooievaar’ en de stijfselfabriek De Bijenkorf 1955, collectie Zaans Museum.