In deze kamerpresentatie laat Museum Belvédère een ruime keuze zien uit de nieuwe serie tekeningen van Peter de Wit (1958). Groeipijn bestaat uit een veelheid aan verhalen-in-één-beeld, waarin de kunstenaar met milde humor registreert waar het heden ten dage kan schuren tussen jong en oud. De speelse variaties aan stijlen en beeldoplossingen – het voortdurend zoeken naar nieuwe mogelijkheden door die meester van de spaarzame maar klare lijn – maken de reeks tot een boeiend en innemend kijk-avontuur.

In zijn voorwoord voor het boek Groeipijn, dat bij de tentoonstelling verscheen, schreef Peter de Wit:

‘In de strip Sigmund die ik dagelijks voor de Volkskrant maak, komen met enige regelmaat kinderen voor. Met veel plezier verzin ik pijnlijke en grappige situaties met ouders die liefdevol worstelen met de opvoeding en de magische wereld van het kind. Achter de tekentafel komen vanzelf herinneringen boven uit de tijd dat ik zelf klein was. (…) Natuurlijk denk ik dan ook terug aan de jonge jaren van mijn eigen kinderen. Aan alle belevenissen en het geluk en de zorgen die je deelt als ouders. En aangezien ik mij tegenwoordig opa mag noemen zie ik weer van dichtbij alle stadia van de kindertijd voorbijkomen. (…) Onbevangen tekenen als een kind kan ik niet meer, maar het plezier en de intensiteit waren er niet minder om. Het zijn wrange, pijnlijke, liefdevolle, ontroerende en grappige tekeningen geworden van, volgens mij, voor ieder van ons herkenbare situaties. Tenslotte zijn we allemaal kind geweest en groeipijn gaat, heb ik gemerkt, een leven lang door.’