Het vlak, de vorm en de vouw en 3 kunstenaars: Cor van Dijk, Anne-Will Lufting en Ditty Ketting.
Ieder werkend in hun eigen discipline, maar met een gemeenschappelijke noemer: de basisvorm is het uitgangspunt en het vakmanschap van de kunstenaar in zuiverheid en perfectie.

De stalen sculpturen van Cor van Dijk zijn geometrisch van vorm en opgebouwd uit delen van massief staal. Door de diktemaat van de staalplaat als een maat in de sculptuur te gebruiken, blijft de walshuid, al op het staal aanwezig, intact.
Kijkend naar de sculpturen verspringt de aandacht afwisselend van plaatsen waar de ruimte open is en naar de delen die ruimte innemen. De naden tussen de delen zijn belangrijk, aangezien zij maat geven aan de massa. De sculptuur dankt uiteindelijk haar aanwezigheid aan de exacte maatvoering en de perfecte aansluiting van de verschillende delen.
De naden, die het resultaat zijn van de exact passende losse delen, creëren een zowel twee- als driedimensionale tekening op en door de sculptuur.
De recente sculpturen bestaan uit één deel. De plaats van de open ruimte en de afmetingen hiervan bepalen de afmetingen van het geheel.

Geïnspireerd door de fundamentele schilderkunst doet Anne-Will Lufting onderzoek naar vorm, kleur, formaat en materiaal. Na het plooien van zeildoek op een frame worden twee zorgvuldig gekozen kleuren aangebracht, die scherp van elkaar gescheiden zijn. De grilligheid van het doek betwist de perfectie van de kleurvlakken en omgekeerd. De werken lijken zich te bewegen tussen schilderij en sculptuur. In haar monochrome draperieën van kunstleer probeert Anne-Will Lufting de tegenstellingen juist op te heffen. Met deze doeken wordt de grens tussen schilder- en beeldhouwkunst verder opgerekt.

Ditty Ketting kan zeker een artistiek erfgenaam van Mondriaan en ‘De Stijl’ worden genoemd, ook al is de erfenis over diverse generaties en langs verschillende wegen gegaan.
Met Ditty Ketting over kleuren praten is een avontuur. Kleuren lijken bij haar levende wezens met eigen karaktertrekken die ze moet leren doorgronden en bedwingen en naar haar hand zetten om ze inzetbaar te maken in haar systeem.
In haar schilderijen is het spel van kleuren zo rijk, zo uitbundig en overweldigend aanwezig, dat men er niet toe komt ooit naar een systeem te zoeken. De kleurkeuze wordt gedaan aan de hand van een kleurencirkel van veertien kleuren, die ze op gevoel heeft gekozen, maar die nog wel het spectrum als basis hebben.

Uit een tekst van Ankie de Jongh-Vermeulen, kunsthistoricus en voormalig directeur van het Mondriaanhuis, Amersfoort.