In het werk van Hans van Asch bevinden vogels zich in zorgvuldig opgebouwde werelden. Ze verschijnen als iconische figuren, als onderdeel van een open situatie of als hoofdrolspeler in een kleine anekdote.
Soms neemt de vogel een bijna plechtige positie in, bijvoorbeeld op een sokkel of binnen een architectonische omlijsting. Tegelijk blijft het een werkelijk dier dat zich niet altijd naar zijn omgeving voegt. In andere werken lijkt er iets te gebeuren zonder dat het beeld precies vertelt wat. De vogel kan wachten, kijken, aankomen of vertrekken, waardoor ruimte ontstaat voor een verhaal dat de kijker kan vormen.
Hans van Asch (Dordrecht, 1964) werkt als beeldend kunstenaar met fotografie als medium. De omgevingen in zijn beelden zijn bedacht en gecontroleerd, terwijl de vogel toeval, gedrag en een eigen aanwezigheid meebrengt. Die spanning tussen controle en vrijheid vormt de kern van zijn werk.
Beeld: Tochtige Bochten en Bochtige Tochten, 2026. (Hans van Asch)