Kerst in het Nationaal Glasmuseum is inmiddels een geliefde traditie. Dit keer schittert het zilverglas, ook wel boerenzilver of armeluiszilver genoemd. Met zijn prachtige glans brengt dit oude decoratieve glaswerk een vleugje nostalgie en natuurlijk heel veel kerstsfeer.

Zilverglas is ontstaan rond 1825 in de Bohemen. Eerst werd het verzilverd op de wijze hoe spiegels werden gemaakt: met kwik maar dat was giftig, duur én gaf een vertekende reflectie. Vanaf circa 1840 wordt zilverglas met zilvernitraat gemaakt.

Zilverglas is hol geblazen, het kan enkelwandig zijn zoals een kerstbal, maar het meeste zilverglas is dubbelwandig met een kleine opening aan de onderkant. Door die opening wordt de zilveroplossing gegoten in het voorwerp, dan wordt het rondgedraaid zodat de zilveroplossing de gehele binnenkant bedekt. Het overtollige zilvernitraat wordt eruit gelekt en de opening wordt afgesloten zodat er geen verse lucht bij kan. In lucht kan wat zwavel zitten en die zorgt ervoor dat het zilver verkleurt.

Onder de neerbuigende benamingen boerenzilver en armeluiszilver is zilverglas in Nederland bekend. Het lijkt kostbaar zilver en geeft een idee van rijkdom in het huis terwijl het van glas is gemaakt.

Er zijn veel heilige beeldjes gemaakt, en ook kandelaars en bekers. Het kaarslicht weerkaatst door het zilver, zodat het lichter wordt in de kamer wat extra bijdraagt aan de sfeer tijdens kerstmis.