In 2026 bestaat Val Saint Lambert 200 jaar. Deze mijlpaal wordt in België groots gevierd, en als NGM vertegenwoordigen we de Nederlandse aandacht voor dit jubileum. Bij verschillende musea wordt uitgepakt met tentoonstellingen die elk een andere kant van het erfgoed vooropstellen. Zo besteden Design Museum Brussels en Glasmuseum Charleroi aandacht aan de vernieuwingen van 1958-2000, XX toont tafelserviezen en monumentale stukken, de focus ligt op japonisme en Art nouveau bij het Grand Curtius, en het museum van het bedrijf zelf kiest voor een immersieve tentoonstelling en een parcours met hedendaagse kunst.

Val Saint Lambert begint in 1826 in het voormalige cistenziëncer abdij in het Belgische Seraing, net onder Luik. Tot vóór de Eerste Wereldoorlog groeit de fabriek sterk dankzij investeringen, innovaties en overnames. Dagelijks produceren zij meer dan 200 ton glas. Daarvan wordt ongeveer 90 procent geëxporteerd over de vijf continenten. Val Saint Lambert is beroemd om zijn gekleurd en geslepen kristal. Maar het bedrijf volgt de internationale kunstwereld op de voet, om in te kunnen spelen op de smaak van de vermogende clientèle. In de Art Nouveau en Art Deco perioden in de eerste helft van 20ste eeuw is Val Saint Lambert een wereldspeler van formaat.

De tentoonstelling in het NGM belicht een bijzondere periode in de geschiedenis van de fabriek: de periode na grote tekorten ontstaan door de wereldoorlogen, de jaren 50. Door de genereuze bruikleen van een privéverzamelaar is het NGM in staat om ook bij te dragen aan de viering van het 200-jarig bestaan van VSL met een eigen invalshoek: het werk van de gebroeders Guido en Antonio Bon. Binnen de productie van VSL neemt het werk van deze broers een bijzondere plek in. Na de Tweede Wereldoorlog zocht de fabriek in een moeilijke markt naar nieuwe arbeidskrachten, goedkopere productiemethodes, en een vernieuwende vormentaal. Deze aspecten komen samen in de gebroeders Bon. Over deze glasblazers is tot nu toe weinig in de geschiedenisboeken vastgelegd. Deze tentoonstelling vormt de uitgelezen kans om deze onderbelichte kunstenaars het podium te bieden en ze in de traditie van VSL en Leerdam te plaatsen; in welke creatieve context bevonden zij zich in deze periode (circa 1949-1958) en hoe is hun levensverhaal en creatieve productie in de vorm van Fantaisies Artistiques te verbinden met de glasproductie van VSL?