Jacob Ritsema (1869-1943) werkte in de periode 1892-1893 als landschapschilder in Elspeet en keerde vaker terug naar Nunspeet en omgeving. In de literatuur wordt Jacob meestal aangeduid als ‘een broer van de bekende ‘Amsterdamse Joffer’ Coba Ritsema (1876-1961).

Het Noord-Veluws Kunstmuseum organiseert in samenwerking met Stichting de Kunsttunnel een tentoonstelling over Jacob en Coba Ritsema. De relatie tussen Coba en haar broer Jacob was meer dan een simpele familierelatie; het was een artistiek partnerschap. Terwijl Jacob op 15-jarige leeftijd naar de kunstacademie van Düsseldorf vertrok, bleef Coba dichter bij huis en ontwikkelde haar talent op de Rijksacademie in Amsterdam. Hun verschillen in opleiding weerspiegelden de genderrollen van hun tijd. Hun carrières volgden andere paden. Waar Coba steun vond in de hechte groep van de Amsterdamse Joffers, moest Jacob zijn weg alleen vinden.

Coba’s stille, zorgvuldige interieurs en portretten; Jacobs’ weidse en ademende landschappen; en de intieme schilderijen van de Amsterdamse Joffers. Samen ontvouwen zij in de tentoonstelling een beeld van het begin van de twintigste eeuw dat niet draait om stijl, school of genre, maar om houding: een manier van kijken waarin de wereld langzaam wordt. Een stoel met bloemen, een kan die glanst in het ochtendlicht, een koe die herkauwt onder een lage lucht. Het zijn momenten waarin de tijd niet vooruit beweegt, maar dieper wordt.