Jan van de Laar, historieschilder
Jan van de Laar werkte zijn hele leven hoofdzakelijk in Rotterdam. Niet dat hij dit zelf gewild had, maar politieke gebeurtenissen en privéomstandigheden lieten hem geen andere keuze. Van de Laar was een zeer gewaardeerd schilder van historiestukken, waardoor hij bijvoorbeeld ook opdrachten kreeg van Delftse burgers.
De negentiende eeuw was een tijd van nationale eenwording. Om daaraan uiting te geven, gebruikte een historieschilder als inspiratiebron onvergetelijke gebeurtenissen uit het verleden die hadden geleid tot grote overwinningen of tot intellectuele en culturele prestaties. De onderwerpen dienden om het volk te ‘verheffen’, zoals dat toen heette. Ze legden bovendien een relatie met de toenmalige actualiteit.
Zo is Van de Laars schilderij De heldendood van Herman de Ruiter, die in 1570 op slot Loevestein door de Spanjaarden overmeesterd dreigde te worden en geen andere uitweg zag dan zichzelf op te blazen, onmiskenbaar een verwijzing naar Jan van Speyk, die in 1831 in Antwerpen zichzelf met zijn kanonneerboot de lucht in liet vliegen. Ook Van de Laars schilderijen Jacob van Campen, Simon Stevin en Heemskerk zijn tocht naar Nova Zembla overdenkende hadden een voorbeeldfunctie. Het waren in de negentiende eeuw grote helden die het publiek eraan moesten herinneren dat de klinkende naam van Nederland in de Gouden Eeuw in hoge mate aan hen te danken was. In de historische kostuums waarin de personages gehuld zijn, kon Van de Laar zijn vakmanschap laten zien in het weergeven van kostbare stoffen, zoals satijn, bont en zijde. Om de populariteit van de historische stukken te vergroten, werden verschillende werken van Van de Laar in litho omgezet, zodat een breder publiek hier kennis van kon nemen.
Toen de nationale staat zo rond 1860 gestabiliseerd was, deden andere kunststromingen hun intrede en raakte de historieschilderkunst uit de mode en daarmee de historieschilders in de vergetelheid. Toch werd Van de Laar niet helemaal vergeten. Zo was diens ontzagwekkende schilderij Een episode uit het beleg van Leiden in 1574 een inspiratiebron voor de vermaarde fotograaf Erwin Olaf, die in 2011 met Van de Laars schilderij als basis, een spektakelfoto van 2 bij 3 meter maakte.
Er moeten destijds enorm veel historiestukken de tentoonstellingen gedomineerd hebben. Nu is er slechts een fragment van over. Het mag dus bijzonder worden genoemd dat Museum Tetar van Elven een kleine twintig historische werken en genrestukken van Jan van de Laar uit particulier bezit kan exposeren, die aangevuld zullen worden met enkele markante historiestukken uit museale collecties.