Terwijl in het begin van de twintigste eeuw het werk van de Groningse kunstkring De Ploeg nog verafschuwd wordt, biedt huisschilder en lijstenmaker Sibbele Ongering (1882-1954) hen de ruimte om hun kunst te exposeren in zijn zaak. Hieruit ontstaat een bijzondere samenwerking en vriendschap tussen de kunstenaars van De Ploeg en de familie Ongering.

Vooral de schilder Jan Altink (1885-1971) is vaak te vinden in de zaak of bij de familie Ongering thuis. Voor de kinderen van Sibbele is Jan Altink simpelweg ‘oom Jan’. Ze mogen mee als hij op pad gaat om te schilderen en raken geïnteresseerd in zijn werk. Via Altink komt de familie Ongering in contact met andere kunstenaars. Meerdere familieleden kopen kunst of krijgen schilderijen cadeau en bouwen zo een verzameling op.

De lijstenmakerij wordt telkens doorgegeven aan de volgende generatie. Momenteel staat de vierde generatie aan het roer. Hoewel de zaak een aantal keer is verhuisd en verbouwd, is er ruimte gebleven voor het tonen van werk van verschillende kunstenaars.

De rol van de familie Ongering in de geschiedenis van De Ploeg is onderbelicht gebleven. Auteurs Doeke Sijens (Hantum, 1955) en Jannes de Vries (Midwolde, 1954) onderzochten deze bijzondere familiegeschiedenis. Hun bevindingen zijn te lezen in het boek Expeditie Ongering: Leven met De Ploeg. De tentoonstelling vertelt dit verhaal aan de hand van kunstwerken uit de collectie van de familie Ongering.

Johan Dijkstra, affiche tentoonstelling bij Ongering, bruikleen particuliere collectie
Jan Altink, Sibbele Ongering, ca. 1935, olieverf op doek, bruikleen particuliere collectie