Dit is de openingstentoonstelling in het splinternieuwe Showdepot.
De titel The Sky Still Stands heeft voor mij meerdere lagen. Het weerspiegelt de onzekere tijd van nu, maar raakt tegelijkertijd mijn persoonlijke leven.
Dit is de allereerste tentoonstelling die ik maak zonder mijn partner, Peter Jordaan (1954–2025). Te midden van al deze grote verschuivingen zoek ik naar een baken van rust. De lucht boven ons staat symbool voor continuïteit, terwijl de onwrikbare kracht en troost van kunst ons overeind houdt.
The Sky Still Stands verwijst ook heel concreet naar de geselecteerde kunstwerken en de specifieke manier waarop ze in het Showdepot zijn samengebracht. De opstelling is opgebouwd als een wandeling die je van het licht naar het donker voert, van de schaduw naar de opklaring. Er is een ritme, een ademhaling: van naar binnen kijken tot naar buiten staren, in een onregelmatige dynamiek van dag en nacht.
Ieder niveau van het gebouw bezit een eigen karakter. De architectuur zet daarin de toon: elke verdieping heeft een unieke hoogte, met onderlinge verschillen die oplopen tot wel tweeënhalve meter. Daarnaast heeft elke etage één raam en dus één specifiek uitzicht. Op de begane grond kijken we naar het zuiden, richting de windmolens en de Pleyroute. De eerste verdieping biedt uitzicht op het westen en het industriegebied, de tweede kijkt uit naar het oosten over de haven, de Rijn en de stad. Helemaal bovenin richt de blik zich op het noorden: de stad en de Veluwe.
Er zijn veel verbanden te leggen tussen de werken. Centraal staan onderwerpen als: water, lucht, wolkenluchten, sterrenhemel, nacht en leegte, reflectie, uitkijken, terugkijken en ontdekken, soms als letterlijk motief of als visuele metafoor. Maar tussen alles door is er voor mij veel dat niet zo makkelijk te vangen is, werken die ik net niet helemaal begrijp. Relaties tussen werken die mysterieus sterk zijn. Werken waar ik steeds weer aan moet denken en waarom?
Naast dat we werk uit eigen collectie laten zien moest de eerste show er één met jonge kunstenaars zijn, dus in onze eigen traditie een Maidentrip.
Al snel besloot ik geen aparte ruimte voor de Maidentrip tentoonstelling te reserveren maar de werken van de 12 Maidentrippers als het ware in de collectieopstelling op te nemen. Een hele welkome uitdaging: soms gaan de werken vanzelfsprekend mee in de opstelling van de collectie; alsof ze er al bij horen, maar vaak liggen ze ook dwars en schuren ze een beetje. Maar ze hebben me op scherp gezet en kleur gegeven.