11 maart 2026

Restitutie van koloniale roofkunst speelt gewoonlijk bij etnografische musea. Maar ook Museum de Fundatie bleek een Benin-brons in de collectie te hebben en gebruikte de teruggave als aanleiding voor de tentoonstelling ‘Back to Benin’, waarin tien hedendaagse Nigeriaanse kunstenaars een podium krijgen.

Het is makkelijk te achterhalen waar Ama O Ghe Ehen de afgelopen negentig jaar is geweest. De bronzen plaquette van een vis met brede, platte kop stond in 2005 afgebeeld in de publicatie over museumfavorieten van Museum de Fundatie. Een halve eeuw eerder was hij te zien in het Stedelijk Museum Schiedam, als bruikleen van Dirk Hannema, grondlegger van het Zwolse museum. Hij had het kleinood in 1937 gekocht bij de Amsterdamse Kunstzaal Van Lier, die het op zijn beurt waarschijnlijk op het spoor was gekomen door een presentatie twee jaar daarvoor in het MoMA in New York.

Zaalbeeld 'Back to Benin', foto: Peter Tijhuis
Zaalbeeld 'Back to Benin', foto: Peter Tijhuis

Alles daarvoor is giswerk. Behalve de herkomst van de plaquette: Ama O Ghe Ehen behoort tot de Benin-bronzen, de beeldhouwwerken uit het West-Afrikaanse koninkrijk Benin (tegenwoordig Nigeria) die in 1897 op grote schaal werden geroofd door Britse koloniale troepen. Of dit specifieke kunstwerk ook op illegale wijze in Europa is beland of ‘gewoon’ is verhandeld, valt niet te zeggen. Maar voor Beatrice von Bormann maakt het niet uit. Toen zij vlak na haar aanstelling als directeur hoorde van dit opmerkelijke stuk in de museumcollectie, besloot ze dat het terug moest naar Nigeria.

Daarmee sluit ze aan bij een groeiende groep collega’s die koloniale roofkunst teruggeeft aan de rechtmatige eigenaar. Er waren ook al tentoonstellingen gewijd aan restitutie, zoals ‘Roofkunst – 10 verhalen’ (2023-24) in het Mauritshuis en ‘Onvoltooid verleden’ (2025-27 in het Wereldmuseum Amsterdam. Maar De Fundatie is wel de eerste die restitutie aangrijpt voor herstel of vernieuwing van de relatie tussen afstammelingen van dieven en bestolenen. ‘Back to Benin’ koppelt de geschiedenis van Ama O Ghe Ehen op vruchtbare wijze aan hedendaagse kunst uit Nigeria.

Zaalbeeld 'Back to Benin', foto: Peter Tijhuis
Zaalbeeld 'Back to Benin', foto: Peter Tijhuis
Orakelvogel
De tentoonstelling begint met de aanleiding: de plaquette. De afgebeelde vis leeft op de modderige bodem van rivieren, tussen land en water, en kreeg daardoor mythische kracht toebedeeld als boodschapper tussen werelden. De schubben en het rasterpatroon op de kop zijn extreem fijn, net als de ornamentele bloemen rondom het lijf. Zelfs de grootste koloniale rauwdouwer kan de kwaliteit niet zijn ontgaan. Geen wonder dat deze vis is meegenomen.

Op de wanden vertellen een tijdlijn en foto’s het verhaal van de Benin-bronzen, die na de Britse plundering verspreid zijn geraakt over ongeveer 160 musea wereldwijd. Het heeft meer dan een eeuw geduurd voordat er überhaupt werd nagedacht over teruggave. Pas vorig jaar werden 113 stukken uit de Rijkscollectie en zes van de gemeente Rotterdam officieel overgedragen aan de oba (koning) van Benin.

De hoge informatiedichtheid van de introductiepresentatie zal niet iedereen bekoren, maar helpt het hierop volgende te begrijpen. Een aantal kunstenaars die curator Aude Christel Mgba selecteerde, laat zich namelijk vrij letterlijk inspireren door de moddervis, de Benin-bronzen of de mythologie van het Edo-volk, stichters van het koninkrijk Benin. Zo refereert Taiye Idahor in haar collages van fotografie en schilderkunst aan de orakelvogel die een zestiende-eeuwse oba behoedde voor een nederlaag. En Minne Atairu vertaalt het kosmologische verhaal over de ‘koningen van de lucht’ in een AI-gegenereerde video met Afro-futuristische tintje, waarin de moddervis een ruimteschip wordt.

Zaalbeeld 'Back to Benin', foto: Peter Tijhuis
Zaalbeeld 'Back to Benin', foto: Peter Tijhuis

Reusachtig pantser van klei
De geselecteerde kunstenaars hebben allemaal een internationaal cv maar de kwaliteit van hun werk is wisselvallig. De fotoinstallatie waarin Abraham Onoriode Oghobase koloniale archieven koppelt aan de oude landkaart van Benin is conceptueel doorwrocht maar visueel niet bijster spannend. En de schilderijen waarin Osaze Amadasun historische figuren en hedendaagse tafrelen verbindt, lijken in westerse ogen iets te veel op gelikte filmposters.

Veel interessanter is het werk van Favour Jonathan die niet alleen een reusachtige totem in elkaar laste maar ook honderd zelfportretten fotografeerde waarin haar wisselende kapsel iedere keer weer een andere kracht symboliseert. Victor Ehikhamenor construeerde van gesmolten plastic rozenkransen een kapel met daarin een traditionele regengod om te illustreren hoe christendom en Afrikaanse religie nog steeds zij aan zij bestaan. En in diezelfde zaal maakt Osaru Obaseki indruk met een wandsculptuur waarin platen van geperst klei – de verdedigingswal van Benin – met bronzen plaquettes aan elkaar zijn geklonken tot een reusachtig pantser.

Zaalbeeld 'Back to Benin', foto: Peter Tijhuis
Zaalbeeld 'Back to Benin', foto: Peter Tijhuis

Daarmee vergeleken oogt het werk van Phil Omodamwen nogal conventioneel. En toch is het waardevol dat het onderdeel is van ‘Back to Benin’. Omodamwen behoort namelijk tot een familie van bronsgieters die al vijfhonderd jaar werk maakt in dezelfde traditie als de Benin- bronzen. Hij maakt echter geen religieuze of ceremoniële stukken maar beeldt historische gebeurtenissen af die een niet zo positief beeld schetsen van de koloniale overheersers. Hij maakt de cirkel rond, van toen en nu, daar en hier, geven en nemen.

Zaalbeeld 'Back to Benin' met Phil Omodamwen, 'Koningin Idia', 2025, foto: Peter Tijhuis
Zaalbeeld 'Back to Benin' met Phil Omodamwen, 'Koningin Idia', 2025, foto: Peter Tijhuis