6 mei 2026

Twee jubilerende zeventiende-eeuwers, twee tentoonstellingen: in Leiden viert Museum De Lakenhal de 400ste geboortedag van Jan Steen met een tentoonstelling over zijn Leidse leefwereld, en het Centraal Museum laat zien hoe internationaal georiënteerd de carrière van Gerard van Honthorst was. Beide tonen ze hoe veelzijdig de zeventiende-eeuwse schilderkunst was – en hoe reputaties later worden gevormd.

Zaaloverzicht ‘Thuis bij Jan Steen – 400 jaar leven in de brouwerij’, foto: Joep Jacobs
Zaaloverzicht ‘Thuis bij Jan Steen – 400 jaar leven in de brouwerij’, foto: Joep Jacobs
Zaaloverzicht ‘Gerard van Honthorst – In alles anders dan Rembrandt’, foto: Almichael Fraay
Zaaloverzicht ‘Gerard van Honthorst – In alles anders dan Rembrandt’, foto: Almichael Fraay

Er is iets geks aan de hand met humor in de kunsten. Het brengen van een goede grap vereist de hoogste graad van talent en technische beheersing, maar blink je erin uit en je bent vervolgens voor altijd bezig serieus genomen te worden. Geestigheid is het valluik in het toneel van de reputatie. Bizar, want wat komt er allemaal niet kijken bij het maken van een komisch werk? Niet dat het alleen maar om de grap gaat bij Jan Steen (1626-79), aan wie ter gelegenheid van zijn 400ste geboortejaar de fijne tentoonstelling ‘Thuis bij Jan Steen – 400 jaar leven in de brouwerij’ is gewijd in Museum De Lakenhal in Leiden. Maar als iemand de lach aan zijn zeventiende-eeuwse broek heeft hangen, dan is hij het wel. Zozeer zelfs dat je haast over het hoofd zou zien wat een fabelachtige schilder hij is.

Jan Steen, ‘De waarzegster’, ca. 1650-54
Jan Steen, ‘De waarzegster’, ca. 1650-54

Dubbele bodem van drama en tragiek bij Steen
Het opbouwen van spanning, het vinden van de juiste timing, het treffen en met overtuiging neerzetten van precieze emoties: bij Steen vinden we het allemaal en in overvloed, achteloos uitgestrooid over alledaagse doktersbezoeken, Sint-Nicolaasavonden en opgedofte vrijers. Zoals het goede humor betaamt, is de dubbele bodem van drama en tragiek nooit ver weg. Steens humor schuurt en schrijnt en de echte grap is misschien wel dat die dualiteit ook schilderkunstig een echo krijgt. Met groot gemak wisselt hij in één en hetzelfde werk de extremen van losse toets en penseelvoering af met uiterst nauwkeurig geschilderde details als een bronzen sleutel aan een spijkertje aan de muur, een precies zoompje van een omgeslagen mouw van fijne batist, beweeglijk dansend snijwerk van een mousseline kraag of blikkerende weerschijnsels op een satijnen rok. Varietas – die virtuoze afwisseling in sfeer, techniek en detail – is misschien wel het hoogst haalbare in de schilderkunst. Geen wonder dat we van Steen zo’n goed humeur krijgen.

Zaaloverzicht ‘Thuis bij Jan Steen – 400 jaar leven in de brouwerij’, foto: Joep Jacobs
Zaaloverzicht ‘Thuis bij Jan Steen – 400 jaar leven in de brouwerij’, foto: Joep Jacobs

Innemende tentoonstelling
Al sinds de achttiende eeuw is de suggestie in de kunstliteratuur dat het leven van Steen niet los te zien is van zijn werk, een idee ingegeven door al die momenten waarop hij zelf – vaak in komische rollen – in zijn schilderijen opduikt. Dat klinkt ook door in De Lakenhal, waar Steens persoonlijke omgeving en de rol van zijn geboortestad Leiden centraal staan. Een heel vernieuwende tentoonstelling levert die insteek misschien niet op, maar innemend is het wel. Het veelkantige verhaal wordt verteld op kleurige wanden en binnen thematische onderverdelingen. Een verfijnd vroeg landschapje uit de tijd dat Steen vermoedelijk nog bij zijn schoonvader Jan van Goyen werkte, recente ontdekkingen en bruiklenen uit privébezit worden afgewisseld met bekender werk uit andere openbare Nederlandse collecties.

Uitstekend is hoe de NK-collectiestatus van belangwekkende werken als De waarzegster (1650-54), De dorpsbruiloft (1653) en Christus verdrijft de wisselaars uit de tempel (1675) met aparte vermelding en QR-code wordt uitgelicht, werken die al sinds de Tweede Wereldoorlog in beheer zijn van de Nederlandse Staat en wachten op eventuele restitutie aan (nazaten van de) oorspronkelijke eigenaren. En de invoeging van het werk van vrienden en tijdgenoten (die Vaandeldrager uit 1664 van Ary de Vois!) biedt de nodige context, waardoor Steens geest, eigenheid en theatrale kwaliteit nog sterker uitkomen. 

Zaaloverzicht ‘Gerard van Honthorst – In alles anders dan Rembrandt’, foto: Almichael Fraay
Zaaloverzicht ‘Gerard van Honthorst – In alles anders dan Rembrandt’, foto: Almichael Fraay

De internationale blik van Honthorst
Waar het geboortefeest in Leiden de blik naar binnen richt en Jan Steens werk verbindt met zijn eigen lokale Leidse leefwereld, gooit het Centraal Museum met ‘Gerard van Honthorst – In alles anders dan Rembrandt’ het net juist wijd uit. Als één zeventiende-eeuwse schildercarrière zich daarvoor leent, dan is het die van Gerard van Honthorst (1592-1656) wel. De geboren en getogen Utrechter was vanaf 1616 werkzaam in Rome, waar hij, zoals biograaf Joachim von Sandrart vermeldde, woonde in het palazzo van kardinaal Benedetto Giustiniani en diens broer, de bankier en vermaarde kunstverzamelaar Vincenzo Giustiniani. Daar kon hij zich laven aan een van de belangrijkste kunstcollecties van zijn tijd, met werk van onder meer Caravaggio. Tegelijk voerde hij er belangrijke opdrachten uit. Terug in Utrecht wist hij die ervaring verder te verzilveren. Na een verblijf aan het Engelse hof opende hij bovendien een tweede atelier in Den Haag, waarmee hij in de behoefte van een adellijke clientèle kon voorzien.

De groots opgezette tentoonstelling voert deze uitzonderlijke kunstenaarsloopbaan chronologisch langs de hoogtepunten ervan. De ondertitel had daarbij niet gehoeven, want ja: ‘in alles anders dan Rembrandt’, zo lusten we er nog wel een paar. Het argument dat Rembrandt een meester was in het uitbeelden van psychologie, terwijl Honthorst vooral uitblonk in de weergave van affecten, snijdt ook te weinig hout. Die weergave van gemoedstoestanden komt er bij Honthorst juist niet altijd sterk uit, zeker niet in die gepolijste hoofse stijl, waarmee hij zoveel succes had bij zijn adellijke opdrachtgevers. Maar dat neemt niet weg dat deze tentoonstelling een belangrijke bijdrage levert aan een genuanceerder beeld van de zeventiende-eeuwse kunstproductie, voorbij de allesoverheersende schaduw van Rembrandt.

Gerard van Honthorst, ‘Cavalier en een vrouw die zingen bij kaarslicht’, 1624
Gerard van Honthorst, ‘Cavalier en een vrouw die zingen bij kaarslicht’, 1624

Lees in Museumtijdschrift nr. 3 • 2026 het artikel ‘Dubbele bodems’ van kunsthistoricus en journalist Erik Spaans over het werk van Gerard van Honthorst en Jan Steen, nu verkrijgbaar in de winkel.