Ik heb er een hekel aan als ze zeggen dat ik met lapjes schilder’, aldus de Rotterdamse kunstenaar Anna (1935-1980). Tot begin jaren zestig werd textielkunst en borduurwerk niet gezien als volwaardige autonome kunstvorm. Mede dankzij Anna is textiel van een clichématig imago bevrijd en uitgegroeid tot museaal kunstobject. Hoewel ze in haar oeuvre textiel als uitgangspunt nam, verdiend ook Anna’s speelse werk op papier aandacht. In beide kunstvormen gaf ze door middel van relativering en humor uitdrukking aan haar persoonlijke visie op het leven. Vanaf 15 oktober 2022 t/m 15 januari 2023 is in de tentoonstelling Anna een selectie van deze werken te zien.

Textiel
Direct nadat Anna Verweij-Verschuure eind jaren vijftig met de kunstacademie stopt, begint ze te experimenteren met materialen en technieken. Vanaf 1958 zet ze haar kunstenaarscarrière voort onder enkel haar voornaam. Niet lang daarna legt Anna zich volledig toe op textiel, het materiaal dat ze haar gehele loopbaan trouw zal blijven. Aanvankelijk stort ze zich op het ontwerpen van uitbundige abstract-expressionistische wandkleden; vanaf halverwege de jaren zestig maken deze plaats voor figuratief, conceptueel werk met persoonlijk karakter. Vaak neemt ze haar eigen lichaam als vertrekpunt: de omtrek van of verwijzing naar het menselijke figuur is een rode draad in haar oeuvre.

Het begrip van textiel als beeldende kunst staat in deze periode voortdurend ter discussie. Het materiaal was tot vlak voor die tijd nog voorbehouden aan huisvlijt. Anna geeft met haar werk een inspirerende en relativerende wending aan deze discussie. Als pionier emancipeert ze het materiaal en maakt ze de weg vrij voor kunstenaars om te kiezen voor het handwerk in hun beeldende taal.

Beeld: Anna, De witte tuin