25 maart 2026
Critici bestempelden haar stijl als ‘Hiroshima chique’ en haar fans worden ‘de kraaien’ genoemd vanwege hun voorkeur voor zwarte kleding. Maar Rei Kawakubo (1942) geldt ook als een van de grootste modevernieuwers aller tijden. De oprichter van het merk Comme des Garçons ontwikkelde een compleet eigen vormentaal met nonchalante rafels, oversized zakken, asymmetrische pasvormen, gaten waar je ze niet verwacht en een genderneutraal silhouet. En dat deed ze als vrouw, in een van de meest patriarchale maatschappijen ter wereld, in het machotijdperk bij uitstek: het Japan van de jaren tachtig.
Kawakubo’s Crush-rok en top uit de voorjaar/zomercollectie van 2012, die nu te zien is in het Wereldmuseum Rotterdam, illustreert haar onbetwiste meesterschap. De outfit ziet eruit alsof een enorme lap crèmekleurige stof is behandeld door een origami-geobsedeerde ADHD’er en vervolgens omwikkeld met touw waardoor het nog net geen rollade wordt. Lichaam en aankleding worden zo in een nieuwe verhouding geperst, wat doet denken aan de slogan waarmee Kawakubo anderhalf decennium eerder een collectie aanprees: Body Meets Dress, Dress Meets Body (1997). De Japanse ontwerper had hiermee alle modeconventies overboord gegooid en kleding getransformeerd tot draagbare beeldhouwkunst.
De titel van de tentoonstelling in het Wereldmuseum, ‘Art She Crafted’, is dan ook op weinig makers zo van toepassing als op Kawakubo. Haar werk wordt tot ‘craft’ gerekend, maar staat op het niveau van autonome ‘art’.
Huilende vrouw in Guernica
“Why have there been no great female artists?”, vroeg kunsthistoricus Linda Nochlin zich af in haar gelijknamige boek uit 1971. Het antwoord is simpel: ze waren er wel, maar ze werden niet gezien. Wat ze maakten, werd afgedaan als huisvlijt of hooguit toegepaste kunst. Hun opgedrongen rol was een passieve, als model en muze. Zo kende iedereen Dora Maar, aan wie een video is gewijd, als de geliefde van Picasso en de ‘huilende vrouw’ in zijn Guernica. Pas na haar dood werd bekend dat ze zelf een meer dan verdienstelijk fotograaf en schilder was.
‘Art She Crafted’ grossiert in vrouwelijke makers die nooit de erkenning kregen die ze verdienden maar ondertussen wel een grote culturele invloed hadden. Het gaat van anonieme Palestijnse vrouwen die met borduursels de nationale identiteit vormgeven tot vrouwen in Tonga die boombastdoeken maken voor religieuze en maatschappelijke doeleinden. Maar ook vrouwen die wel, tegen de stroom in, bekend wisten te worden. Zoals Fong-Leng’ (1937), ontwerper van exuberante gewaden, of Shirin Neshat (1957), de Iraanse kunstenaar die islamitische esthetiek weet te koppelen aan revolutionair-feministisch elan.
‘Art She Crafted’ beperkt zich niet tot makers. Ook iemand als Safia Farhat (1924-2004), de eerste vrouwelijke directeur van de kunstacademie van Tunis, krijgt een plaatsje in de vitrine. Om maar aan te geven: vrouwen spelen verschillende rollen in het kunstveld, in heden en verleden. Voor eenieder die de feministische geschiedenis een beetje kent lijkt dit een open deur, maar je zou ze de kost moeten geven, de mannen en vrouwen die anno 2026 Nochlins vraag in alle ernst herhalen.
Vrouw vergaapt zich aan mooiboy
Gastcurator Rajae El Mouhandiz sluit met ‘Art She Crafted’ aan bij de museale inhaalslag die de afgelopen jaren wordt gemaakt op het gebied van vrouwelijke kunst en kunstenaars, van de tentoonstelling ‘Meesterlijke Vrouwen’ (2019) in Stedelijk Museum Schiedam tot het researchprogramma ‘Vrouwen van het Rijksmuseum’ dat in 2021 werd gelanceerd. In de tentoonstelling in het Wereldmuseum is zelfs een hele tafel gereserveerd voor relevante literatuur van recente datum.
Waarmee El Mouhandiz zich wil onderscheiden, is de observatie dat achterstelling niet alleen een kwestie is van gender. Ook klasse, huidskleur, tijdsgewricht en culturele achtergrond zijn sterk bepalend voor de zichtbaarheid van individuele vrouwen. Om dat te onderstrepen springt de tentoonstelling van zeventiende-eeuwse schilderkunst in dienst van de macht, via het Midden-Oosten gezien door de ogen van een vrouwelijke Europese fotograaf naar een hedendaagse interpretatie van Moghul-miniaturen waarin een vrouw op bed zich vergaapt aan de poster van een mooiboy.
Je voelt de drive tot het rechtzetten van de geschiedenis en proeft het enthousiasme van de curator. Maar als bezoeker voel je je al snel overspoeld. De te lange toelichtingen helpen niet, ook omdat ze zijn geprint in een klein lettertype op veel te laag geplaatste bordjes en je tijdens het lezen non-stop wordt gestoord door de gesproken tekst van de video’s. ‘Art She Crafted’ verzuipt daardoor in een teveel aan goede bedoelingen en een tekort aan richting.