11 mei 2026

Twee aardappeloogsten hangen naast elkaar. In het ene werk is de scène donker en vol, met harde maar zacht gemengde schaduwen en een subtiel kleurverschil. In het andere is de compositie juist minimaler, met meer heldere kleuren en strakkere lijnen. Er zijn overeenkomsten te zien: het onderwerp is vrijwel hetzelfde en beide werken zijn in een verwante beeldtaal geschilderd. In ‘Gestel en De Smet – kleurrijke vriendschap’ worden de Nederlandse Leo Gestel (1881-1941) en de Belgische Gustave De Smet (1877-1943) naast elkaar getoond als twee kunstenaars die elkaar niet alleen persoonlijk, maar ook artistiek sterk beïnvloedden.

Leo Gestel, ‘Aardappelrooien’, 1926
Leo Gestel, ‘Aardappelrooien’, 1926
Gustave De Smet, ‘De aardappeloogst’, ca. 1930
Gustave De Smet, ‘De aardappeloogst’, ca. 1930
Leo Gestel, ‘Liggend naakt’, 1929
Leo Gestel, ‘Liggend naakt’, 1929
Gustave De Smet, ‘De zomer’, ca. 1925
Gustave De Smet, ‘De zomer’, ca. 1925

Die wisselwerking wordt zichtbaar in werken als De Smets Aardappeloogst (ca. 1930) en Gestels Aardappelrooien (1926), maar ook in Gestels Liggend naakt (1929) en De Smets De zomer (1925). Ze gebruiken vergelijkbare composities, kleurgebruik en stijl. Tijdens zijn verblijf in Gestels huis nam De Smet elementen uit diens stijl over, vooral uit het kubisme. Gestel ging op zijn beurt uitbundiger met kleur werken, al bleef hij een voorkeur hebben voor donkere kleuren.

Ook de inrichting benadrukt die dialoog. Elke zaal heeft een eigen felle kleur, die verrassend goed aansluit bij de tentoongestelde werken. De teksten geven context bij de vriendschap tussen de twee kunstenaars, maar de kracht van de tentoonstelling zit vooral in de presentatie: door hun werk direct naast elkaar te hangen, worden overeenkomsten, verschillen en onderlinge invloeden in één oogopslag zichtbaar.