3 februari 2026
De Koninklijke Prijs voor de Vrije Schilderkunst is de belangrijkste prijs voor kunstenaars onder de 35 jaar. Drie kunstenaars zijn voorgedragen door een jury bestaande uit Mirjam Westen (voorzitter), Mounira Al Solh, Marcel van den Berg, Amira Gad, Yasmijn Jarram, Rezi van Lankveld en Ina van Zyl.



Winnaars
De jury prees Lorian Gwynn (2001), de jongste van de drie winnaars, om de eigenheid van haar werk, dat oogt als een experimentele stapeling van verflagen. Het maakt Gwynn al in deze vroege fase van haar kunstenaarschap onderscheidend.
Dion Rosina (1991) maakte indruk op de jury met zijn ‘sampling’ van bestaande beelden, gecombineerd met ingetogen abstractie. Rosina, die al drie keer voor de prijs was genomineerd, creëert zo herkenbare schilderijen die nieuwe perspectieven bieden op vergeten verhalen van de Afrikaanse diaspora.
Gideon van Gameren (1998) schildert met expressieve, soepel aangebrachte brede verfstroken en verfspetters, die snelheid van handelen verraden maar volgens de jury toch resulteren in weloverwogen composities.
Blijvende relevantie schilderkunst
Naast het ondersteunen van jonge kunstenaars wil de Koninklijke Prijs een scherp beeld geven van wat er nú leeft, beweegt en vernieuwt binnen de schilderkunst – van abstract tot realistisch, van maatschappelijk geëngageerd tot persoonlijk. Voor de 155e editie zonden maar liefst 334 kunstenaars hun werk in.
Zowel de koning als juryvoorzitter Mirjam Westen benadrukten in hun toespraken de blijvende relevantie van schilderkunst. De koning verwees naar de onrust in de wereld, waarin schilderkunst door de verbeelding van intimiteit en emotie verbinding tussen mensen kan bevorderen. Westen omschreef schilderkunst als een baken van menselijke creativiteit in een tijd waarin AI een steeds grotere rol in het dagelijks leven speelt.
Een overzicht van de vijftien genomineerden en de drie winnaars is tot en met 30 maart 2026 te zien in het Koninklijk Paleis Amsterdam. De vijftien kunstenaars maken ook kans op de publieksprijs. Bezoekers kunnen stemmen op hun favoriete schilderij; het winnende schilderij wordt na afloop verloot onder de stemmers.
Springplank voor jong talent
De Koninklijke Prijs voor de Vrije Schilderkunst is een van de oudste kunstprijzen van Nederland. De prijs werd in 1871 ingesteld door Koning Willem III, toen nog onder de naam Koninklijke Subsidie voor Vrije Schilderkunst. Sindsdien geldt de prijs als een belangrijke springplank voor jong talent en een venster op de toekomst van de schilderkunst. Eerdere winnaars zijn onder anderen Jan Toorop (1887), Jan Dibbets (1964) en Raquel van Haver (2018).