27 januari 2026

Hoe relevant is het surrealistische gedachtegoed honderd jaar na het ontstaan van deze beweging? Museum Boijmans Van Beuningen nodigde hedendaagse kunstenaars uit om te reflecteren op de erfenis van Dalí, Magritte, Carrington en Miró. Hun werken vormen een reeks uiteenlopende echo’s waarin vervreemding, associatie en transformatie telkens anders worden ingevuld.
Zaaloverzicht ‘Beyond Surrealism’ met werk van Raphaela Vogel, foto: Natascha Libbert
Zaaloverzicht ‘Beyond Surrealism’ met werk van Raphaela Vogel, foto: Natascha Libbert

Zoete wraak. Kunstenaar Raphaela Vogel was boos over een brief van haar ex en maakte er een kunstwerk van. Ze zette de woorden uit de brief op Gute Nacht, het openingslied van Franz Schuberts Winterreise (1828). De weemoedige melodie kreeg zo kille, venijnige zinnen, waarin haar voormalige geliefde elk contact verbreekt en haar zelfs verbiedt om in de buurt te komen.

Het lied maakt deel uit van een installatie met een video en witte sculpturen die doen denken aan botstructuren. De video laat gescande beelden zien die niet helemaal perfect zijn. Daardoor ontstaan onder andere gaten in een sculptuur van een leeuw. De afscheidsbrief is hiermee omgezet in een metamorfose van beeld en geluid.

Dit verbindt het werk met Shirley Temple, le plus jeune monstre sacré du cinéma de son temps (1939) van Salvador Dalí (1904-89). Op dat schilderij heeft de actrice uit de jaren dertig de gedaante van een sfinx. Haar knalrode leeuwenlijf wordt omringd door botten en schedels. Terwijl het beeld van Shirley Temple als poeslief kindsterretje door het grote publiek werd gekoesterd, zette Dalí haar neer als een agressief monster.

Ook Vogel gebruikt in haar werk een leeuw en botten, waarmee ze een hedendaagse draai geeft aan Dalí’s ‘paranoïde-kritische methode’, waarin irrationele associaties worden opgewekt en met precisie worden vormgegeven.

Zaaloverzicht ‘Beyond Surrealism’ met werk van Kerstin Brätsch, foto: Natascha Libbert
Zaaloverzicht ‘Beyond Surrealism’ met werk van Kerstin Brätsch, foto: Natascha Libbert

Het onderbewuste, dromen en automatismen
Museum Boijmans Van Beuningen gaat in de tentoonstelling ‘Beyond Surrealism’ honderd jaar na het ontstaan van het surrealisme op zoek naar hedendaagse echo’s van deze beweging in de beeldende kunst. Het museum nodigde zes kunstenaars – Kerstin Brätsch (1979), Monster Chetwynd (1973), Laure Prouvost (1978), Tai Shani (1976), Emma Talbot (1969) en Raphaela Vogel (1988) – uit om zich te laten inspireren door de collectie surrealistische kunst van het Rotterdamse museum. Op de vijfde verdieping van het Depot worden de hedendaagse kunstwerken omringd door de surrealistische werken uit de verzameling, die hangen op golvende, zalmkleurige wanden.

Het klassieke surrealisme was gericht op het onderbewuste, dromen en automatismen, geïnspireerd door Freud. Het onvoorspelbare kan tot nieuwe inzichten leiden en tot een nieuwe vorm van schoonheid, was het idee. Naast allerlei sculpturale kartonnen werken met zinderende patronen laat Kerstin Brätsch een grote gemarmerde tekening zien die voor een groot deel ontstaan is door toeval. De voorstelling is gemaakt door inkt en oplosmiddelen in een bassin met water te gieten. Het eindresultaat zit vol bibberende kringen, waartussen maskerachtige vormen opduiken.

Monster Chetwynd bouwde een totaalervaring waarin de surrealistische methode van de collage een belangrijke rol speelt. De wanden en vloer zijn bedekt met beelden die zijn geïnspireerd op Max Ernsts surrealistische collageboek Une semaine de bonté ou Les sept éléments capitaux (1934). Voor dit boek, ook op de tentoonstelling aanwezig, knipte Ernst prenten uit negentiende-eeuwse tijdschriften, die hij herschikte tot absurdistische composities. Ook de surrealistische cadavre exquis is verwerkt in Chetwynds installatie. Deelnemers voegen daarbij om de beurt een tekening of tekst toe aan een vel papier, zonder te weten wat hun voorgangers deden. Zo ontstonden onverwachte voorstellingen.

Zaaloverzicht ‘Beyond Surrealism’ met werk van Emma Talbot, foto: Natascha Libbert
Zaaloverzicht ‘Beyond Surrealism’ met werk van Emma Talbot, foto: Natascha Libbert

Vier seizoenen
Edward James (190784), de rijke dichter, mecenas en promotor van het surrealisme, is de hoofdpersoon in Magritte’s La reproduction interdite 1937). In het schilderij staat een man voor de spiegel, maar die weerspiegelt niet het gezicht van de man, maar zijn achterhoofd. James vormt de schakel tussen een aantal werken in ‘Beyond Surrealism’. Hij legde Las Pozas aan, een paradijselijke beeldentuin in Mexico. Deze tuin inspireerde Laure Prouvost tot een installatie met een vervuild meer met pratende planten en springende vissen. Een verwarrend en grappig werk met taal en beeld, maar ook een scherp commentaar op de huidige ecologische crisis.

James bezat een schilderij van de surrealistische kunstenaar Leonora Carrington (1917-2011), die zich ook in Mexico had gevestigd. Dat paneel, met halfdoorschijnende figuren en vogels in een tuin, inspireerde Emma Talbot tot een werk met twee handbeschilderde zijden doeken die in sierlijke golven vrij in de ruimte hangen. Het werk verbeeldt een soort magische tuin met teksten over onzichtbare krachten en energieën die besloten liggen in de natuur.

Talbot is ervan overtuigd dat we meer in harmonie met de natuur moeten leven. De twee zijden doeken symboliseren de vier seizoenen. De lichte kant bevat medicinale planten, de donkere herbergt giftige en hallucinaire soorten.

Talbot verbindt deze met vier stadia uit een mensenleven. Bijzonder is het zeker, al doet het geheel meer denken aan het symbolisme dan aan het surrealisme. Als stroming mag het surrealisme iets uit het verleden zijn, de meeste werken in de tentoonstelling maken overtuigend duidelijk dat de strategieën ervan nog altijd levendig zijn voor hedendaagse kunstenaars.