17 maart 2026
Hendrick (1558-1617), Jacob (1574-1631) en Hubert Goltzius (1526-83) waren de popiconen onder de kunstenaars van de zestiende en zeventiende eeuw: hun prenten hingen zowel in koninklijke paleizen als burgerlijke huiskamers. Huberts boek C. Ivlivs Caesar (1563), waarin hij de klassieke geschiedenis vanuit afbeeldingen van munten belichtte, vond zijn weg naar talloze boekenkasten. Hendrick verkocht op zijn beurt enorm veel oplagen van zijn prent Mozes met de taferelen der wet (1583), die in meerdere talen werd verspreid.
Rond deze drie bekende kunstenaars stond een hechte kunstenaarsfamilie. De tentoonstelling ‘Familie Goltzius – Meesters uit Venlo’ in het Limburgs Museum brengt voor het eerst het volledige verhaal van de familie samen. Aan de hand van tientallen prenten en enkele schilderijen ontvouwt zich hoe de verschillende generaties werkten, hoe de familie zich door Europa verspreidde en hoe de leden elkaar wederzijds beïnvloedden. Zo baseerde Jacob Goltzius II zijn prent Ongelijke liefde (1584-1600) op een ontwerp van Hendrick, waarin hij op een humoristische manier een jonge vrouw afbeeldt die de avances van een oude man afwijst. Jacob Matham (1571-1631) vereeuwigde zijn stiefvader Hendrick in een statig portret als eerbetoon aan diens kunstenaarschap. Ook is er aandacht voor de rol van vrouwen in het onderhouden van netwerken en het draaiend houden van het familiebedrijf.
Als bezoeker moet je wel alert blijven: door de brede opzet en het grote aantal prenten kan het verhaal soms wat onoverzichtelijk worden. Desondanks laat de tentoonstelling overtuigend zien hoe de Goltziussen samen een invloedrijk en creatief netwerk vormden dat de prentkunst blijvend heeft bepaald.