11 mei 2026

Twee recente berichten laten zien hoe de nasleep van naziroofkunst nog altijd voortduurt. In Nederland is een schilderij uit de geroofde Goudstikker-collectie opgedoken bij nazaten van Hendrik Seyffardt, een hoge Nederlandse SS-collaborateur. Tegelijkertijd publiceert The Art Newspaper een zeldzame foto waarop te zien is dat een schilderij van Lucas Cranach de Oude, nu in bezit van de National Gallery in Londen, ooit in Hitlers privéappartement hing.

Foto van ‘Portret van een jong meisje’ van Toon Kelder, foto: Arthur Brand
Foto van ‘Portret van een jong meisje’ van Toon Kelder, vrijgegeven door Arthur Brand
De sticker op de achterkant van het doek, foto: Arthur Brand
De sticker op de achterkant van het doek, foto: Arthur Brand

Goudstikker-werk bij familie van SS’er
In Nederland gaat het om Portret van een jong meisje van Toon Kelder (1894-1973). Het schilderij behoorde tot de collectie van de Joodse kunsthandelaar Jacques Goudstikker, die in mei 1940 naar Engeland probeerde te vluchten en tijdens de oversteek omkwam. Zijn verzameling van ruim duizend kunstwerken raakte na de Duitse inval verspreid. Een groot deel werd in de zomer van 1940 onder druk en ver onder de marktwaarde verkocht aan Hermann Göring.

De vondst kwam aan het licht toen een familielid van Seyffardt zich afgelopen herfst meldde bij kunstdetective Arthur Brand. Volgens Brand ontdekte de bron pas vorig jaar dat hij afstamde van Seyffardt, wiens familie na de oorlog de achternaam veranderde. Na de vondst van een ander werk uit de Goudstikker-collectie in Argentinië, in augustus, zou hij binnen de familie vragen zijn gaan stellen. Daarbij kwam het schilderij van Toon Kelder tevoorschijn, dat bij een kleindochter van Seyffardt in de gang hing.

Brand schakelde De Telegraaf in om de zaak in de openbaarheid te brengen, in de hoop de druk op teruggave aan de erven Goudstikker te vergroten. Volgens Brand bevinden zich op de achterkant van het schilderij een Goudstikker-label en het nummer 92. Göring liet in oktober 1940 een deel van de collectie in Amsterdam veilen. Brand vermoedt dat Seyffardt Portret van een jong meisje daar kocht: in de veilingarchieven komt het werk voor onder nummer 92, hetzelfde nummer dat in de lijst van het schilderij zou zijn gekerfd.

Seyffardt was tot 1934 luitenant-generaal in het Nederlandse leger en bewoog zich daarna in NSB- en fascistische kringen. Na de capitulatie werd hij door de Duitse bezetter naar voren geschoven als boegbeeld van Nederlandse vrijwilligers voor de Waffen-SS.

Advocaten van de erven Goudstikker hebben om teruggave gevraagd. Juridisch ligt de zaak ingewikkeld: de politie kan niet ingrijpen omdat de diefstal is verjaard, en de Nederlandse Restitutiecommissie kan particuliere eigenaren niet tot teruggave dwingen. Tegenover De Telegraaf zei de kleindochter dat zij niet wist dat het om roofkunst ging. Wel zou zij met de familie overleggen of het werk op korte termijn kan worden teruggegeven.

Lucas Cranach de Oude, ‘Cupido beklaagt zich bij Venus’, 1526-27
Lucas Cranach de Oude, ‘Cupido beklaagt zich bij Venus’, 1526-27

Cranach op foto van Hitlers appartement
De tweede zaak draait om Cupido beklaagt zich bij Venus (1526-27) van Lucas Cranach de Oude, dat sinds 1963 in de collectie van de National Gallery in Londen is. The Art Newspaper publiceerde in het mei-nummer een foto uit de vroege jaren veertig waarop te zien is dat het schilderij in Hitlers privéappartement in München hing. Volgens de krant verschijnt de foto daarmee voor het eerst in een Engelstalige publicatie; in 2023 werd de afbeelding al in een Duits tijdschrift gepubliceerd.

De foto werpt nieuw licht op een herkomstgeschiedenis die al langer vragen oproept. De National Gallery is al langer open over het ontbreken van sluitende provenancegegevens voor de periode 1933-45. Vaststaat dat het schilderij in 1909 in Berlijn werd geveild en later in Hitlers bezit terechtkwam. Hoe dat precies gebeurde, is onbekend. Mogelijk verwierf Hitler het werk rond 1935, maar of het werd geroofd van een Joodse verzamelaar, onder dwang werd verkocht of op een andere manier in zijn bezit kwam, is niet vastgesteld.

Na de oorlog belandde het schilderij via een opmerkelijke omweg in de Verenigde Staten. De Amerikaanse journalist Patricia Lochridge kreeg in 1945 toestemming om een werk te kiezen uit een opslagplaats met teruggevonden kunst. Ze koos de Cranach en nam het schilderij mee naar de VS. In 1963 kocht de National Gallery het werk te goeder trouw bij een New Yorkse kunsthandel, die later een onjuiste herkomstgeschiedenis bleek te hebben verstrekt.