13 februari 2026
Gele zonnebloemen, gele huizen, gele korenvelden. Vincent van Gogh hield van geel. In het Van Gogh Museum opent vandaag een tentoonstelling die volledig aan die kleur is gewijd. Maar hoe ontwerp je een tentoonstelling over één kleur? Kies je voor geel op geel – of juist niet?
We spreken met Christoph Brach (1979), die samen met Daniera ter Haar (1981) designstudio Raw Color heeft opgezet. Hun team heeft de tentoonstelling ‘Geel – meer dan Van Goghs lievelingskleur’ ontworpen. De multidisciplinaire designstudio werkt aan uiteenlopende projecten. Van de scenografie voor Hermès tijdens Paris Fashion Week tot textielontwerpen met traditionele wevers in Fujiyoshida, Japan. In 2024 stonden mensen in de rij voor hun lampen, plaids en bijzettafels die ze voor IKEA ontwierpen.
Kleur speelt in al hun werk een hoofdrol. Niet gek dus dat het Van Gogh Museum bij hen uitkwam voor het ontwerpen van deze tentoonstelling.

Geel wordt geler naast blauw
De Zonnebloemen hangen op een lichtblauwe muur. Hoe kozen jullie de kleuren voor de wanden?
Christoph Brach: “Dat is heel intuïtief. Het begint met kijken. Een van de gele zonnebloemen heeft een blauwgrijze kern en het randje op de gele vaas waar ‘Vincent’ staat is blauwig. Het is lekker als geel met blauw botst: het geel wordt geler en het blauw blauwer. Daarom zie je in de tentoonstelling naast geel ook complementaire tinten blauw, groen en lila.”
“Zoals in een muziekstuk een baslijn kan terugkomen, laten we kleuren ook terugkeren. Dat groen op de muur daar, dat zie je weer in de lucht op dat schilderij hier. Visueel pingpongen, zal ik het omschrijven. Ik denk niet dat mensen daarbij stil zullen staan, maar onderbewust nemen ze het wel waar.”
Geen geel op geel
Is een gele achtergrond overwogen voor de Zonnebloemen?
“We hebben daar wel een schets voor gemaakt, maar dat was te veel. Een schilderij moet overeind blijven – liever nog: mooier worden door de achtergrondkleur. Korenveld met maaier uit 1889 hangt wel op een botergele muur. Er zitten diepere tinten in het graan, dus dat schilderij kan wat meer hebben.”
Hoe weet je of een schilderij wat kan hebben?
“We mochten ’s avonds na sluitingstijd door de vaste collectie van het museum lopen met kleurstalen. Dat was heel bijzonder. Heel voorzichtig hielden we de stalen naast de werken – onder toeziend oog van de beveiliging.”

Lente in plaats van winter
Vincent van Gogh zocht graag harde contrasten op. Kijk naar zijn gele huis tegen een helderblauwe hemel (Het gele huis, 1888). Waarom zijn jullie contrasten zachter?
“Bij de vorige tentoonstelling hier, ‘Van Gogh en de Roulins – Eindelijk weer samen’, hingen de portretten op diepblauwe muren en dat paste ook bij de winter. We gaan nu richting de lente en wij zochten daarom lichtere kleuren die die sfeer onderstrepen. Als je, zoals vandaag, in zo’n grauwe ochtend naar binnenstapt, voel je hier een beetje waar het naartoe gaat: zon, licht, geel.”
Welke andere middelen dan kleur gebruikten jullie om een lichte sfeer te creëren?
“Op een rechte wand is belichting vaak hard, maar door de wanden te krommen komt er een mooie modellering van het licht op. Ook laten we de wanden steeds dunner worden; van 50 centimeter dikte in het midden tot uiteinden van zo’n 20 centimeter. Zelfs de tekstborden dragen bij aan het lichte gevoel: gedrukt op doorschijnend en opaak glas, van achteren verlicht, in plaats van als stickers op de muur.”

Licht als medespeler
Kleur bestaat niet zonder licht. Een thema dat in de tentoonstelling wordt aangestipt, is de opkomst van gaslicht en elektrisch licht in de negentiende eeuw. Gaslicht kon bijvoorbeeld een gele waas over een witte muur leggen, zoals te zien is in Marc Chagalls De gele kamer (1911).
Welke rol speelt museumlicht in het ontwerp?
“Je mag geen volle spots op de schilderijen zetten, want dat beschadigt de pigmenten. Bepaalde werken kunnen maximaal 50 lux hebben. Daarom testten we met proefopstellingen. Op de muren staat nu 35 lux en dat wordt aangevuld met 15 lux van de spots op de kunstwerken.”

Symboliek? Niet te veel
Geel roept veel associaties op: zon, warmte, energie. Maar denk je bij geel ook aan gele boekomslagen? De Franse ‘gele boekjes’ waren in Van Goghs tijd gewaagd leesvoer, want ze waren pikant en risqué. Door ze te schilderen kon je laten zien dat je modern was, zoals Van Gogh zelf deed in Stapels Franse romans (1887).
Je vertelde net al dat jullie kleurkeuze intuïtief tot stand komt. Spelen symboliek en associaties een rol?
“We denken er wel aan, maar niet te veel. Het kan belemmeren. Bijvoorbeeld: een woonkamer zou je misschien snel een prettige roodbruine tint geven, omdat dat een gevoel van geborgenheid geeft. Je zou niet snel denken aan blauw, want dat voelt meer als voor een kantoor, zakelijk. Maar een blauwe woonkamer kan ook heel mooi zijn, als je het goed doet. Wij kijken vooral: wat creëert een mooie ervaring? Die gele jurk tegen een lila wand – dat werkt.”
Geel optimisme
Hou je zelf eigenlijk van geel?
“Het is mijn lievelingskleur. Okerachtig geel. Ik ben een optimistisch persoon en ik vind dat geel een positieve energie uitstraalt. Het is voor mij ook een kleur van reflectie en denken. Voordat ik ontwerp ging studeren, overwoog ik psychologie.”
Wat was voor jou de leukste gele verrassing in de tentoonstelling?
“Het doosje van Van Gogh met bolletjes wol. In plaats van met dure olieverf, testte hij kleurencombinaties door gekleurde draden naast elkaar te leggen. Wat mooi dat hij op die manier kleurenstudies maakte.”
“Die potten met oude pigmenten vind ik ook leuk. En de aquarellen van af Klint. Hm, ik kies nu steeds de dingen die zo min mogelijk geschilderd zijn… dat is misschien de ontwerpersblik. Maar ik vind die aquarellen van Af Klint zo mooi omdat het bijna kleurstalen zijn. Wij waarderen de momenten dat wij in de studio met fysieke kleuren kunnen werken – net als Van Gogh met zijn wol. Denk aan papieren modellen van producten voor IKEA, geschilderde stalen voor ruimtelijke ontwerpen zoals voor het Van Gogh Museum of gemengde garens voor textielontwerpen voor Kvadrat. Even uit de computer, terug naar echte kleur.”
Lees in Museumtijdschriftnr. 2 • 2026 ‘Het dubbelleven van geel’ van kunstcriticus Rutger Pontzen, waarin hij zijn overpeinzingen over de kleur geel deelt.
Het nummer is vanaf 3 maart verkrijgbaar in de winkel.