26 augustus 2026
Een telefoontje met een collega, twee uurtjes werken en een Chinese afhaalmaaltijd met een vriend: heel veel meer gebeurt er niet op de dag van Peter Hujar. In de film Peter Hujar’s Day (2025) van regisseur Ira Sachs (1965) speelt acteur Ben Whishaw de New Yorkse fotograaf, die op een decemberdag in 1974 door schrijver Linda Rosenkrantz (1934) wordt geïnterviewd.

Peter Hujar (1934-87) was een belangrijke fotograaf binnen de New Yorkse kunst- en queerwereld. Hij fotografeerde kunstenaars, schrijvers en performers als Andy Warhol en Candy Darling, maar ook vrienden, geliefden en mensen uit de undergroundscene. Zijn intieme, vaak rauwe zwart-witportretten groeiden uit tot een belangrijk document van het New Yorkse kunstenaarsleven van de jaren zeventig en tachtig.
Het gesprek waarop de film is gebaseerd, heeft daadwerkelijk plaatsgevonden. Rosenkrantz vroeg Hujar in 1974 voor een boekproject om één dag uit zijn leven nauwkeurig te beschrijven. Het transcript werd pas decennia later teruggevonden. Sachs gebruikt het vrijwel woordelijk als uitgangspunt voor de film.
Dat verklaart ook de ongebruikelijke vorm: de hele film speelt zich af in Rosenkrantz’ appartement in New York. De twee drinken koffie, liggen op bed, kijken vanaf het dak naar de skyline en luisteren naar een plaat, terwijl Hujar elk ogenschijnlijk triviaal detail van de voorgaande dag bespreekt. Sachs brengt de gebeurtenissen niet in beeld: geen flashbacks naar de fotosessie met dichter Allen Ginsberg of naar Hujars ontmoetingen in de stad. In plaats daarvan laten de woorden van Hujar de beelden ontstaan in het hoofd van de kijker.
Grote namen als schrijver William S. Burroughs en schrijver en kunstcriticus Susan Sontag komen terloops voorbij; Hujar lijkt er weinig gewicht aan te hangen. Die terloopsheid maakt de film interessant: dit zijn Hujars vrienden en collega’s. Het gesprek schetst gaandeweg een levendig beeld van de New Yorkse kunstwereld van de jaren zeventig: een hecht netwerk van mensen die voortdurend kunst maken, maar nauwelijks geld verdienen.
Whishaw speelt Hujar ingetogen maar rusteloos. Hij vertelt dat hij voortdurend werkt, maar het gevoel heeft niets gedaan te krijgen. Rebecca Hall (1982) speelt Rosenkrantz niet als een afstandelijke interviewer, maar als een aandachtige vriendin. Wanneer de avond valt, realiseert Hujar zich iets wezenlijks: om kunstenaar te zijn is tijd nodig. Tijd om te kijken, te denken en stil te staan.
Die gedachte heeft de regisseur meegenomen in de film. Hij vertraagt het tempo en geeft alle ruimte aan de woorden, stiltes en het veranderende daglicht. Zo blijkt een dag waarop nauwelijks iets gebeurt uiteindelijk verrassend vol.
Vanaf 27 augustus draait Peter Hujar’s Day in de Nederlandse bioscopen.
