12 augustus 2026

Vincent van Gogh is onbetwist een van de bekendste kunstenaars ter wereld. Tijdens zijn leven bleef brede erkenning uit en werden zijn schilderijen nauwelijks gewaardeerd. In ‘Vincents weg naar wereldroem’ laat het Van Gogh Museum zien hoe zijn familie een cruciale rol speelde in zijn postume succes. De zomertentoonstelling is een toegankelijke introductie op het museum en zijn ontstaansgeschiedenis. Eerdere versies waren in 2023 en 2025 te zien onder de titel ‘Kiezen voor Vincent’; deze zomer wordt de presentatie voor het laatst getoond.

Zaaloverzicht ‘Vincents weg naar wereldroem’, foto: Jelle Draper
Zaaloverzicht ‘Vincents weg naar wereldroem’, foto: Jelle Draper

Dat Vincents broer Theo van Gogh (1857-1891) van onmisbare betekenis was voor zijn loopbaan, is bekend. Theo voorzag hem van basisbehoeften en schildersbenodigdheden, waardoor Vincent kon blijven werken. Dat blijkt ook uit deze tentoonstelling. De zaalteksten over Theo lichten zijn loopbaan als kunsthandelaar en zijn invloed op zijn oudere broer toe. En ook de tijdlijn op de zaalvloer geeft een goede indruk van Theo’s jarenlange betrokkenheid.

Publiek toegankelijk
Maar Vincents schoonzus, Jo van Gogh-Bonger (1862-1925), was misschien wel de belangrijkste figuur in Vincents weg naar wereldroem. Theo stierf namelijk zo’n zes maanden na Vincent. Daarna was het Jo die de grote collectie kunstwerken beheerde. Uit de brieven wordt duidelijk dat Jo alles deed om Vincents kunst tentoon te stellen, strategisch te verkopen en zijn reputatie op te bouwen. Een affiche voor de grote solotentoonstelling die Jo in 1905 organiseerde, laat zien hoe doelgericht zij na Vincents dood aan zijn reputatie werkte.

De zoon van Theo en Jo was nog geen jaar oud toen zijn oom stierf, maar ook zijn bijdrage aan Vincents roem is belangrijk. Neef Vincent Willem van Gogh (1890-1978), ‘de ingenieur’ genoemd, richtte in 1960 de Vincent van Gogh Stichting op om de collectie bijeen te houden. Later werd hij nauw betrokken bij de totstandkoming van het Van Gogh Museum. Daarmee zorgde hij ervoor dat de werken veilig bewaard bleven en voor een groot publiek toegankelijk werden.

Zaaloverzicht met ‘Amandelbloesem’ van Vincent van Gogh, foto: Jelle Draper
Zaaloverzicht met ‘Amandelbloesem’ van Vincent van Gogh, foto: Jelle Draper

Amandelbloesem
De tentoonstelling geeft niet alleen een goed overzicht van Vincents moeizame loopbaan en zijn intensieve contact met zijn broer en schoonzus, maar ook van de moeite die de familie deed om zijn nalatenschap de aandacht te geven die hij verdiende. De gigantische tentoonstelling die Jo van Gogh-Bonger organiseerde, waarbij maar liefst 480 van zijn werken werden getoond, is daarvan een duidelijk voorbeeld. De affiches in de tentoonstelling maken die inzet zichtbaar.

Ook laat de tentoonstelling zien hoe Vincent op zijn beurt zijn verbondenheid met zijn familie uitdrukte. Zijn schilderij Amandelbloesem (1890) staat centraal in de tentoonstelling: een voor de hand liggende, maar overtuigende keuze. Vincent maakte het werk na de geboorte van zijn neef en naamgenoot Vincent Willem van Gogh. Het nieuws over het pasgeboren kind gaf hem zichtbaar inspiratie. Uit brieven aan zijn broer en moeder blijkt hoe blij hij was voor Theo.

De tentoonstelling bevat ook een aantal video-installaties waarin de broers door acteurs worden gespeeld en gesprekken uit de brieven tot leven worden gebracht. Deze silhouetten geven de familiegeschiedenis wat extra diepte: tekst op papier wordt echter en menselijker door de verbeelding in beeld en geluid.

Met brieven, foto’s en video’s maakt ‘Vincents weg naar wereldroem’ duidelijk hoe ieder familielid op een eigen manier bijdroeg aan Vincents nalatenschap. Niet alleen de band tussen de broers was van groot belang, maar ook die tussen Vincent en Jo. Het was dus niet alleen Vincents talent dat hem wereldberoemd maakte, maar ook de aanmoediging en steun van zijn familie. Zonder hun inspanningen was Vincent van Gogh waarschijnlijk nooit uitgegroeid tot de wereldberoemde kunstenaar die hij nu is.

Verder lezen

In Museumtijdschrift nr 5 • 2026 onderzoekt kunsthistoricus en publicist Sandra Smets wat de x-factor van een kunstenaar bepaalt. Aan de hand van onder anderen Frida Kahlo, Jackson Pollock, Andy Warhol, Damien Hirst, Jeff Koons en Marina Abramović laat zij zien hoe imago, media-aandacht, marktwaarde en persoonlijke mythes kunnen bijdragen aan artistieke sterrenstatus. Het nummer is verkrijgbaar in de winkel en in onze webshop.