20 januari 2026

De druk op artistieke vrijheid in Nederland groeit. Dat stelt de Raad voor Cultuur in het advies Maken (z)onder druk. Volgens de raad is artistieke vrijheid een essentieel onderdeel van de democratische rechtsstaat, maar krijgen kunstenaars en instellingen steeds vaker te maken met maatschappelijke en politieke druk.

Aanleiding voor het advies zijn signalen van makers die wijzen op toenemend debat over kunst, dat geregeld omslaat in intimidatie, bedreiging of druk om werk niet te tonen. De raad waarschuwt dat dit kan leiden tot zelfcensuur en een verschraling van het publieke domein. Sociale media spelen daarbij een versterkende rol.

De raad roept politiek en overheid op tot terughoudendheid bij inhoudelijke oordelen over kunst. Hoewel wettelijke waarborgen bestaan, is het handelen van bestuurders en volksvertegenwoordigers volgens de raad van groot belang voor het beschermen van artistieke vrijheid.

Volgens de raad ligt er ook een taak bij de culturele sector. Instellingen moeten het publieke belang van kunst uitdragen, voorbereid zijn op maatschappelijke kritiek en makers actief steunen wanneer zij onder druk komen te staan. Daarnaast benadrukt de raad het belang van onderwijs. Door kunst te verankeren in het curriculum en te koppelen aan burgerschapsvorming kunnen studenten en publiek beter worden voorbereid op het maatschappelijk debat over kunst.

Het advies is opgesteld onder voorzitterschap van Paul Schnabel en aangeboden aan demissionair minister Gouke Moesvan Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Bron: persbericht Raad voor Cultuur