19 maart 2026

Het is allesbehalve stil in ‘Make Some Noise: Desire. Stage. Change.’ in het Van Abbemuseum. Stemmen, muziek en installaties vullen de zalen en lopen soms in elkaar over. Geluid is hier meer dan iets wat je hoort: kunstenaars zetten het in om hun stem te laten horen en een positie in te nemen. Ze reageren op de wereld waarin ze leven en spreken zich uit in het publieke debat.

Zaaloverzicht ‘Make Some Noise: Desire. Stage. Change.’, foto: Peter Cox
Zaaloverzicht ‘Make Some Noise: Desire. Stage. Change.’, foto: Peter Cox

‘Make Some Noise: Desire. Stage. Change.’ is de negende en laatste editie van ‘Positions’, een reeks tentoonstellingen die opkomende kunstenaars en collectieven samenbrengt. De titel verwijst naar het innemen van een positie: hoe kunstenaars zich uitspreken binnen hun tijd en in maatschappelijke discussies. Het thema geluid vormt daarmee een passend besluit van de reeks. Geluid maken betekent hier: jezelf hoorbaar maken en aandacht opeisen.

In de eerste centrale zaal staat een grote satellietschotel. Selma Selman schilderde er in het Engels op: “God, maak mij het beroemdst, zodat ik aan deze plek kan ontsnappen”. Satellite Dish (2023) maakt deel uit van een reeks readymades waarin Selman alledaagse gebruiksvoorwerpen beschildert. De tekst en de satellietschotel roepen associaties op met contact op afstand – of het verbreken daarvan – en met het verlangen naar wat ver weg of onbereikbaar lijkt. In het werk van Selman, die opgroeide in een Roma-gemeenschap in Bosnië, krijgt dat verlangen extra lading. Dat verlangen kan immers twee kanten op: willen ontsnappen aan een omgeving met weinig perspectief, maar ook terugverlangen naar de gemeenschap waar je vandaan komt.

Zaaloverzicht ‘Make Some Noise: Desire. Stage. Change.’, foto: Peter Cox
Zaaloverzicht ‘Make Some Noise: Desire. Stage. Change.’, foto: Peter Cox

Klanken in de lucht
In de volgende zaal hangen twee pianovleugels op hun kant aan het plafond. De instrumenten zijn opengeklapt en tegen elkaar geplaatst, waardoor hun binnenwerk zichtbaar wordt en de toetsen in het midden een smalle verticale strook vormen. Door die draaiing lijken de vleugels tegelijk uit elkaar gehaald en opnieuw samengesteld. In Semblance (2025) van Jack O’Brien valt de vorm van het instrument niet meer samen met zijn gebruik. De piano is er nog, maar kan niet meer worden bespeeld; de klanken hangen als het ware in de lucht. Dat effect wordt versterkt doordat de constructie is bevestigd aan opslagmodules en podiumelementen uit het museum, aangevuld met materiaal uit een eerdere installatie van O’Brien. Het werk suggereert zo zowel een podium als wat daarachter schuilgaat.

In de zaal ‘Klankkast’ hangen eenvoudige geïllustreerde instructies aan de muur: negentien stappen van een linedance uit Ternate, een eiland in de Molukken. Poco2 – shifting perspective (2025) van Finn Maätita en Jerrold Saija nodigt bezoekers uit de bewegingen te volgen. Een beetje onhandig probeer ik de ogenschijnlijk eenvoudige stappen na te doen. Ik kom in beweging. In dezelfde ruimte klinkt een mixtape met Molukse makers van experimenteel en vervormd geluid, samengesteld door de kunstenaars. De werken verwijzen naar de Molukse diaspora in Nederland: dit jaar is het 75 jaar geleden dat de eerste grote groep Molukkers na de dekolonisatie van Indonesië hier arriveerde.
Zaaloverzicht ‘Make Some Noise: Desire. Stage. Change.’, foto: Peter Cox
Zaaloverzicht ‘Make Some Noise: Desire. Stage. Change.’, foto: Peter Cox
Geluid is aanraking op afstand
In een andere ruimte staat een installatie van Miloš Trakilović. Zwarte luidsprekers liggen verspreid over de vloer, terwijl enkele microfoonstandaarden zonder microfoon achterblijven alsof de opname net is beëindigd. Op verticale schermen zijn flarden van licht en abstracte beelden te zien. Voor 564 Tracks (Not a Love Song Is Usually a Love Song) (2024) gebruikte Trakilović een AI-model dat oorlogsgeluiden en Joegoslavische popmuziek samenbrengt in een compositie met de structuur van een liefdeslied. De installatie laat horen hoe dicht genegenheid en geweld bij elkaar kunnen liggen – en roept de vraag op wie hier eigenlijk nog spreekt: de afwezige zanger, het archief van oorlogsgeluiden, of het algoritme.

Anders dan in stille museumzalen sijpelt geluid hier van zaal naar zaal. Dat gebeurt zonder dat de werken elkaar overstemmen. Het lijkt een uitdrukking van de overtuiging dat je mag zeggen wat je wilt, zolang het anderen niet ondermijnt. Een politiek geladen thema als ‘je stem laten horen’ kan in een groepstentoonstelling snel illustratief worden, maar dat gebeurt hier niet. De titel ‘Make Some Noise: Desire. Stage. Change.’ is een rake samenvatting van de vele stemmen, vormen en gebaren die door de tentoonstelling trillen. Het doet denken aan de uitspraak: geluid is aanraking op afstand. Een passende afsluiting van de reeks – en een met een lange adem, want de tentoonstelling is nog tot eind september te zien.

Zaaloverzicht ‘Make Some Noise: Desire. Stage. Change.’, foto: Peter Cox
Zaaloverzicht ‘Make Some Noise: Desire. Stage. Change.’, foto: Peter Cox