14 oktober 2026
Op een verhoogd podium staan acht paspoppen met felblauwe haren. Hun uitbundige, futuristische outfits zijn geïnspireerd op Hatsune Miku, de ongekend populaire Japanse popster die niet echt bestaat: haar stem en verschijning zijn volledig digitaal. Het succes van de hologramzangeres is tekenend voor de grenzeloze fantasie van de cosplaywereld. Daarin kruipen mensen met kostuums en accessoires in de huid van personages uit bijvoorbeeld films, strips en games. Met persoonlijke verhalen en indrukwekkende kostuums laat de tentoonstelling ‘Cosplay’ in Design Museum Den Bosch zien dat deze subcultuur meer is dan verkleden en fandom.
In een blauwverlichte ruimte torenen levensgrote figuren boven je uit. De extravagante kostuums zijn gemaakt door echte cosplayers. Het ambacht is een belangrijk onderdeel van de subcultuur: in een handgemaakte jurk of mantel zitten soms meer dan honderd uur werk. Die creativiteit zie je ook terug in twee nagebouwde slaapkamers, vol pruiken en knutselspullen. Door zich te verkleden als superheld, krijger of prinses experimenteren cosplayers met gender en zelfexpressie. Het mixen of ‘genderbenden’ van outfits en personages is voor jongeren een manier om een andere, vaak zelfverzekerdere kant te laten zien van zichzelf.
Komisch is de fotoserie They don’t look like me (2024) van Niccolò Rastrelli (1977), waarop flamboyant verklede tieners trots poseren naast hun glazig kijkende familieleden. Cosplay is ook een middel om aandacht te vragen voor serieuzere onderwerpen. Foto’s en video’s tonen hoe demonstranten wereldwijd verkleedkleding gebruiken om hun boodschap kracht bij te zetten, zoals de rode jurken en witte kappen uit de serie The Handmaid’s Tale, die tijdens protesten voor vrouwenrechten worden gedragen.


