22 april 2026

Nederland kan een principiële stap zetten in de omgang met roofkunst uit de Tweede Wereldoorlog. Kunst en huisraad die van Joden werden geroofd en waarvan de rechtmatige eigenaren niet meer te achterhalen zijn, moeten volgens de Commissie Verweesde Joodse Roofkunst worden overgedragen aan de Joodse gemeenschap. Onder leiding van Lodewijk Asscher adviseert de commissie bovendien om de collectie blijvend zichtbaar te maken via tentoonstellingen en andere activiteiten. Als het advies wordt opgevolgd, is Nederland het eerste land dat een expliciete bestemming kiest voor deze zogenoemde verweesde roofkunst.
Plooischotel, maker onbekend, 1700-49, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Plooischotel, maker onbekend, 1700-49, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Jan Steen, ‘De Waarzegster’,1650-54, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Jan Steen, ‘De Waarzegster’,1650-54, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Het advies heeft betrekking op de zogeheten NK-collectie (Nederlands Kunstbezit), die duizenden objecten omvat: van schilderijen en meubels tot servies, tapijten en muziekinstrumenten. Deze werden tijdens het naziregime geroofd of onder dwang verkocht, later door de geallieerden teruggevonden en ondergebracht in staatsbeheer. Ondanks decennia aan herkomstonderzoek is van een groot deel van de objecten de oorspronkelijke eigenaar onbekend gebleven.

Volgens de commissie zijn deze werken meer dan historische artefacten: ze fungeren als tastbare herinneringen aan de Shoah en maken de anonimiteit van veel slachtoffers zichtbaar. Juist omdat de eigenaars niet meer kunnen worden geïdentificeerd, ligt een collectieve bestemming voor de hand, aldus het rapport.

Joods Museum
De commissie adviseert daarom het beheer van de verweesde objecten over te dragen aan de Joodse gemeenschap en een onafhankelijke stichting op te richten die de collectie beheert, onderzoekt en actief onder de aandacht brengt. Die stichting zou bij voorkeur worden ondergebracht bij het Joods Museum in Amsterdam. Ook wordt gepleit voor een structurele bijdrage van € 400.000 per jaar voor programmering, educatie en publieksactiviteiten.

Tegelijkertijd moet restitutie mogelijk blijven: wanneer zich alsnog erfgenamen melden, moeten objecten kunnen worden teruggegeven. De commissie benadrukt daarnaast het belang van voortgezet en verdiept herkomstonderzoek, zowel binnen de NK-collectie als in andere museale verzamelingen.

Het rapport werd overhandigd in het Nationaal Holocaustmuseum aan vertegenwoordigers van het Centraal Joods Overleg en de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De aanbevelingen worden ook internationaal onder de aandacht gebracht, met als doel een bredere discussie over de omgang met verweesde roofkunst op gang te brengen.

Bron: persbericht Centraal Joods Overleg