7 juli 2026
De extravagante dragdiva’s en buitenaardse figuren van multimediakunstenaar Sin Wai Kin zijn even vervreemdend als verleidelijk. In het Frans Hals Museum in Haarlem gaan Kins levende portretten de dialoog aan met de oude kunst uit de vaste collectie. En dat pakt bijzonder goed uit.
Platinablonde lokken, glitterende oogschaduw en plastic borsten. V Sin, een van de non-binaire alter ego’s van de Canadese kunstenaar Sin Wai Kin (1991), heeft precies wat je van een dragqueen mag verwachten. In Asleep (2024) ligt het personage erbij als een prima donna die zojuist door een flauwte is getroffen. Eén hand in een dramatisch gebaar tegen het voorhoofd, de zwaar opgesmukte lippen op een kier.
Dat zo’n bombastische verschijning niet uit de toon valt op een wand met originele Delftsblauwe tegeltjes, blijkt in het Frans Hals Museum. Het is niet voor het eerst dat het museum werk van Kin exposeert. Twee jaar geleden waren er al enkele werken te zien in de thematische tentoonstelling ‘The Art of Drag’, in de inmiddels gesloten dependance aan de Grote Markt. Nu duiken Kins ‘schilderijen’ speels op tussen de oude meesters in de vaste collectie.

Onvrouwelijk
Schilderijen tussen aanhalingstekens, ja. Want feitelijk zijn het minimaal bewegende videobeelden waarin Kin telkens een andere gedaante aanneemt. In The Storyteller (2023) poseert Kin bijvoorbeeld als nieuwslezer van een achtuurjournaal on steroids. Gezeten achter de vertrouwde studiodesk, maar met knalblauwe huid, oranje pruik en kronkelende lijntjes die zich als bladnerven over hun gezicht uitstrekken. Alleen het knipperen van de ogen verraadt dat deze futuristische Mona Lisa een mens van vlees en bloed is.
Naast dit portret hangt Dame met grote hoed in prieel (1913), geschilderd door Leo Gestel (1881-1941) in minstens even fluorescerende tinten. De sigaret die de vrouw tussen haar vingers houdt, werd destijds als ‘onvrouwelijk’ gezien. Los van het complementaire kleurgebruik is de keuze om deze twee werken zij aan zij te tonen daarom zeer geslaagd. Juist die binaire tegenstellingen tussen mannelijkheid en vrouwelijkheid, goed en kwaad, werkelijkheid en fantasie bevraagt Kin.
Om dat hokjesdenken uit te dagen verwijst Kin geregeld naar beroemde kunstwerken. Zo leunt de glamoureuze dragdiva in Tell me everything you saw, and what you think it means (2018) als een hedendaagse Venus van Urbino op luxueus gedrapeerde stoffen en bont. De verstilde video hangt toepasselijk bij de schilderijen van Minerva, Mercurius en Hercules van Hendrick Goltzius (1558-1617). “Look at her,” fluistert een zachte doch doordringende stem onderwijl, “at her lips, at her eyes, at the way she’s laying there.” Het haalt ongewild de voyeur in je naar boven.
Kip en paksoi
In Wai King (2023) nemen de kunsthistorische knipogen een minder ongemakkelijke wending. Kin transporteert het verhaal van de trotse Narcissus, die verliefd wordt op zijn weerspiegeling in het water – een o zo vaak verbeelde scène, met die van Caravaggio (1571-1610) als bekendste voorbeeld – naar een dystopisch woestijnlandschap. Wat het kunstwerk precies doet tussen de bijbeltaferelen in het museum is helaas onduidelijk. Veel maakt het niet uit; de ijdelheid van Kins figuur sijpelt van het scherm en nodigt uit om op de eigen identiteit te reflecteren.
Opvallend genoeg speelt Kin niet zelf de hoofdrol in hun nieuwe werk, dat in opdracht van het Frans Hals Museum werd gemaakt. Ook de verstilling blijft achterwege. In de video The Lens (2026) zijn het de ouders van Kin die in de spotlights staan. Ze nuttigen een uitgebreide Kantonese maaltijd aan een witte tafel. Terwijl ze stukjes kip en paksoi naar binnen werken, voeren ze een tamelijk filosofische discussie over verandering, de buren, het eten en de was.
Om beurten peuteren ze met eetstokjes een oog uit een gestoomde vis. Het schouwspel heeft wat weg van een eigentijds vanitasstilleven en is dan ook een mooie afsluiter van een presentatie waarin het verleden en het heden zo nadrukkelijk met elkaar worden verbonden. Maar een heel fraai gezicht is het niet.


