21 juli 2026
Verheugde kreten klinken door de zaal. Guitige blikken richten zich op kleurrijke tekeningen. De tentoonstelling over Fiep Westendorp (1916-2004) slaat aan bij haar jeugdige bezoekers, maar de grootste verrukking is af te lezen aan de gezichten van hun opa’s en oma’s. Deze zomer toont het Rijksmuseum in Amsterdam honderdvijftig originele tekeningen van de illustrator.
Van Pim en Pom tot Pluk van de Petteflet: alle iconische personages komen voorbij. De eerste versies van Jip en Janneke ogen bijna absurd: met hun lange ledematen lijken ze op volwassen versies van het bekende duo. Even verderop zijn de twee te zien zoals we ze kennen. In Jip wil geen thee drinken (1980) weet Westendorp met de twee zwarte silhouetten en slechts enkele details een compleet verhaal te vertellen. Haar ijzersterke gevoel voor houding, beweging en emotie is tot in het kleinste detail te zien.
Als bezoeker zie je hoe Westendorps stijl zich ontwikkelt. Haar illustraties behouden hun speelsheid, maar worden steeds trefzekerder. De illustrator gebruikte soms symboliek om maatschappelijke onderwerpen aan te snijden. Een aantal van deze tekeningen steekt door het grauwe kleurgebruik en de sombere sfeer af tegen de rest van haar werk. Haar betrokkenheid bij deze zwaardere onderwerpen is voelbaar, maar deze beeldtaal lijkt haar niet helemaal te passen.
Westendorp overtuigt het meest in haar bonte, dierrijke universum vol eigenzinnige en tegendraadse personages. De tentoonstelling laat zien dat haar werk nog altijd een feest van herkenning is voor jong en oud.

