21 maart 2026
Mevrouw Meyer, hoe ontdekte u dat u iets bijzonders in handen had?
Charlotte Meyer: “Toen mijn moeder overleed, nam ik een klein mapje mee uit de familiekluis. Ik legde het ergens onder een stapel – ik had het druk, ik dacht: ik zie wel. In 2018 besloot ik toch eens in dat mapje te kijken. Ik wist dat we etsen in de familie hadden, mijn opa had ze tussen 1900 en 1920 gekocht, voor een paar gulden. De hausse rond Rembrandt was op dat moment voorbij, de etstechniek was uit de mode geraakt. Kunstenaars maakten het niet meer en het publiek was er niet meer in geïnteresseerd. Ik ging er dus van uit dat het weinig waard was. Maar mijn opa was een goede verzamelaar – hij had er gevoel voor. Alles wat hij kocht was bijzonder.”
En toen belde u het Rembrandthuis?
CM: “Ja. Ik wist dat zij de aangewezen experts zijn. Toen ze kwamen, zag ik meteen dat ze stomverbaasd waren. Ze zeiden: dit is een héél bijzondere collectie. Toen wist ik eindelijk wat ik in handen had.”

Wat maakt de collectie zo bijzonder?
CM: “Er zitten een paar eerste staten bij. Dat is zeldzaam – een eerste staat is de allereerste afdruk van een etsplaat, voordat Rembrandt ook maar iets had aangepast. Rembrandt maakte soms wel acht staten van één ets. Elke keer als hij iets veranderde – een haartje in een wenkbrauw dat toch net anders moest – ontstond een nieuwe staat. Daar bestaan er nog maar heel weinig van. Bovendien zijn bijna alle etsen in de collectie uit de zeventiende eeuw, dat zie je aan de achterkant van het papier en aan de watermerken.”
En u bent in de geest van uw opa ook zelf gaan verzamelen.
CM: “Ik heb mij steeds verder verdiept in Rembrandt en heb de collectie uitgebreid met aankopen op de internationale markt. Dat is niet zonder risico, want er zijn eindeloos veel kopieën. De etsplaten werden net zo lang gebruikt totdat ze helemaal versleten waren – tot er alleen maar zwarte vlekken overbleven. Daarna werden er kopieën gemaakt van zeventiende-eeuwse etsen, op oud papier, zodat ze nauwelijks van het origineel te onderscheiden zijn. Daarom werk ik met drie experts samen – in Nederland en in Frankrijk. We nemen geen enkel risico.”

Nu is de collectie in Zutphen te zien. Waarom daar?
CM: “Ik heb meerdere musea benaderd, maar hoorde goede verhalen over Stedelijk Museum Zutphen. Ik wilde de collectie hier voor het eerst in Nederland laten zien.”
Ook museumdirecteur Paulo Martina neemt deel aan het gesprek. Onder zijn leiding werd bij het Stedelijk Museum Zutphen de afgelopen jaren ingezet op grotere, publiekstrekkende tentoonstellingen. Dit is zijn laatste grote project voordat hij in mei afzwaait.
Paulo Martina: “Charlotte stond op een dag op de stoep met een plastic tasje. Daarin zat een prachtige ets – De aankondiging aan de herders. Ik had nog nooit zoiets in mijn handen gehad. Het klikte meteen, en dat is ook belangrijk. Als dat er niet is, wordt alles een stuk moeilijker. En nu werken we aan een majeure tentoonstelling.”
In de tentoonstelling is niet alleen werk van Rembrandt te zien. Er hangen ook werken van tijdgenoten en voorlopers. Waarom?
CM: “Ik was een tijdje uitsluitend met Rembrandt bezig, maar op een gegeven moment dacht ik: ik wil het veel groter brengen. Ik ben gaan kijken naar zijn tijdgenoten: hoe leefden mensen op straat, hoe zag Amsterdam eruit? Ik heb zeventiende-eeuwse prenten verzameld van de Noorderkerk, de Westerkerk, en een model van het schip van Michiel de Ruyter. Zo ontstaat een breder beeld van de wereld waarin Rembrandt werkte.”

De tentoonstelling heeft ook interactieve elementen. Wat kunnen bezoekers verwachten?
PM: “Er hangen loepen bij de etsen, want de werken zijn soms maar vijf bij vijf centimeter. De jonge designer Phil Pot heeft daar ook een interactief element aan toegevoegd: met een pen die een plaat laat oplichten, kun je als bezoeker de lijnen van een ets natrekken op transparante platen die over elkaar liggen. Zo volg je letterlijk de hand van Rembrandt.”
CM: “Dan ervaar je hoe subtiel de werken zijn, en hoe het maakproces gaat van zo’n ets. Ik heb heel lang naar de ets De pannenkoekenbakster gekeken. De pan bestaat uit een paar krasjes. Haal er één weg en het is geen pan meer. Hij was een genie van het weglaten.”
Als u één werk uit de collectie moet kiezen – welk is dat?
CM: “De verloren zoon. De symboliek is zo prachtig – de liefde van een vader voor zijn kind, hoe hij over zijn zoon buigt. In twee of drie streepjes heeft Rembrandt dat neergezet. Ik heb er zo vaak naar gekeken en ik snap nog steeds niet hoe hij dat voor elkaar krijgt. Zo ongelooflijk raak.”
