19 augustus 2026

Bij Into Nature stelt de kunst zich op als dienende bondgenoot van de natuur. De werken die verspreid over De Onlanden staan, vormen een mooie aanleiding om dit schitterende moerasgebied in te trekken. En ze vestigen de aandacht op verhalen en fenomenen waar de onwetende leek anders aan voorbij zou gaan.

Zomerserie buitententoonstellingen
Deze zomer bezoekt Museumtijdschrift vijf kunstevenementen in de openlucht. In deze serie:

  • Paltz Biënnale, Soest – mei
  • BlowUp Jubilee, Den Haag – juni
  • Lustwarande, Tilburg – juni
  • Sonsbeek, Arnhem – juli
  • Into Nature, Noord-Drenthe – augustus
Martin Brandsma, ‘Handwerk II+’, 2023, foto: Heleen Haijtema
Martin Brandsma, ‘Handwerk II+’, 2023, foto: Heleen Haijtema

De klapekster is de chimpansee onder de vogels. Zoals de mensaap een gebogen stok gebruikt om termieten uit hun nest te trekken, zo spietst deze zangvogel zijn prooi op scherpe takken of stenen. Hij heeft wel het dieet van een roofvogel, mist de scherpe snavel die daarbij hoort. De gedragsbioloog die kunstenaar Martin Brandsma (1972) ook is, raakte gefascineerd door deze ‘gevederde gereedschapsgebruiker’ en bestudeert de klapekster sinds 2010. Hij noteerde onder meer: “deponeert – past in – werkt – zet vast – splijt – stelt – stopt – toont aan – wijst aan – reageert – anticipeert”. Die woorden printte hij op een stickervel dat hij opgerold aan pijlen in boomstammen verspreid over De Onlanden schoot. Het is een soort monument voor de vogel die de laatste jaren uit het Drentse moerasgebied lijkt te zijn verdwenen. Mocht hij terugkeren, dan kan hij uitrusten op Brandsma’s pijlen voordat hij zijn activiteiten weer oppikt. Handwerk II+ (2023), zoals het pijlenproject heet, is typerend voor Into Nature. De bijdragen aan deze buitententoonstelling, die dit jaar voor de vijfde keer plaatsvindt, zijn steevast gebaseerd op invoelend onderzoek en stellen zich bescheiden op. Hier geen bombastische uitroeptekens die het landschap degraderen tot sokkel voor het kunstenaarsego. Het is juist andersom. De kunstwerken gedragen zich als subtiele richtingaanwijzers die het oog scherpen voor de schoonheid en bijzondere kenmerken van de omgeving. En terwijl je er doorheen fietst – de werken van twaalf kunstenaars liggen aan een route van ruim twintig kilometer – voel je je met iedere trap meer verbonden met die natuur.

Werk van Nils Alix-Tabeling, foto: Heleen Haijtema
Werk van Nils Alix-Tabeling, foto: Heleen Haijtema

Omgekeerd weerbericht
‘Haunted by Waters’ is het hyperactuele thema van deze editie van Into Nature. De afgelopen weken domineerden droogte en watertekorten het nieuws. Volgens meteorologen kunnen we ons opmaken voor het tegendeel in de herfst en winter: extreme neerslag en overstromingen. Zeker in een moerasgebied als De Onlanden, dat aan het begin van deze eeuw werd ingericht als waterberging voor de stad Groningen, laten de effecten van klimaatverandering zich extra hard voelen.

Maud van den Beuken, ‘Wekelijkse Waterberichten’, foto: Heleen Haijtema
Maud van den Beuken, ‘Wekelijkse Waterberichten’, foto: Heleen Haijtema

Maud van den Beuken (1993) geeft dat voelen in Wekelijkse Waterberichten vorm op poëtisch-wetenschappelijke wijze. Haar installatie, die werkt op water- en windenergie, laat een ‘omgekeerd weerbericht’ horen over de weg die het water heeft afgelegd voordat het bij het Eelderdiep aankwam. Vandaar stroomt het naar de Waddenzee om uiteindelijk te verdampen en als regendruppels weer neer te slaan. Ook Mercedes Azpilicueta (1981) rekt ons bewustzijn op door met een tekeningencollage en geluidskunstwerk onzichtbare vogels en kikkers, maar ook korstmossen en mysterieuze moeraswezens tot leven te wekken. Nils Alix-Tabeling (1991) doet iets soortgelijks met zijn insectfiguur, die hij maakte van lokaal gevonden materialen en als een bezwerende totempaal of beschermheilige in het water van het Eelderdiep plaatste.

Behalve een esthetisch plezierige ervaring bieden deze werken ook een lesje in nederigheid. Voor een keer zijn niet wij, mensen, het middelpunt van alle aandacht, maar krijgen dieren, planten en natuurlijke processen de hoofdrol. De werken maken bovendien zichtbaar hoezeer wij de natuur ordenen, beheren, beheersen en manipuleren. Het meest dienstbaar stelt Garrett Phelan (1965) zich op. Op de plek waar voorheen een lastig te beklimmen uitkijkpunt voor vogelaars stond, bouwde hij een platform waar iedereen, ook rolstoelgebruikers, rustig kan gaan zitten om als kijker en luisteraar het oneindige toneelstuk van zoemende insecten, wuivend riet en tsjilpende vogels te ondergaan.

Manuel Chavajay, ‘Ru’kuux Toj’, 2026, foto: Jedidja Smalbil
Manuel Chavajay, ‘Ru’kuux Toj’, 2026, foto: Jedidja Smalbil
Rosanne van Wijk, onderdeel van ‘Site-Specific Feelings’, foto: Heleen Haijtema
Rosanne van Wijk, onderdeel van ‘Site-Specific Feelings’, foto: Heleen Haijtema

Bijenrechten op de schaatsbaan
Zeker op een nazomerse, niet al te warme dag biedt Into Nature een heerlijk fietsrondje. De markering is voorbeeldig, waardoor de kunstwerken makkelijk te vinden zijn – ook als ze een beetje verscholen staan, zoals de met fruit behangen houten constructie waarmee Manuel Chavajay (1981) in Ru k’uux Toj (2026) zijn dankbaarheid toont aan het water. In Peize biedt het lokale wooncentrum voor senioren onderdak aan het akoestische kleisculptuur van Pia Lindman (1965), dat zich wonderbaarlijk goed plooit naar het overdekte binnenplein. Iets verderop, in Roderwolde, zijn de fantasierijke kostuums van Marina Sulima (1996) een mooie aanleiding om een monumentale olie- en korenmolen te bezoeken.

Voor het werk van Rosanne van Wijk (1994) moet je afstappen en een redelijk eindje wandelen. De Kleibosch, waar de route heenleidt, is de inspanning meer dan waard: een uniek ecosysteem waar zeldzame wilde appelbomen groeien. Maar Van Wijks glazen sculpturen waar zaden en bladeren in zijn verwerkt – hedendaagse fossielen van deze oersoort – schikken zich minder in de rol van artistiek bijschrift bij de natuur dan de maker volgens het ‘reisgidsje’ voor ogen heeft. Ze blijven nadrukkelijk kunst en kunstmatig, een beetje ouderwets ook met die metalen voeten.

Manjot Kaur, ‘Poly-nation’, 2026, foto: Jonathan Staal
Manjot Kaur, ‘Poly-nation’, 2026, foto: Jonathan Staal

Dat zelfs een grote ingreep bescheiden kan zijn, bewijst Manjot Kaur (1989) met Poly-nation (2026). Samen met inwoners van Roderwolde legde zij langs de rand van de ijsbaan een wildebloemenstrook aan, waar bijen enorm goed bij gedijen. Bezoekers lopen via kronkelpaadjes door het hoge gras op de baan zelf, waar hommels en vlinders een dansje doen, naar sokkels waar een kleitablet op ligt. In een fictief hiërogliefenschrift zijn hier de juridische rechten vastgelegd van de bijen, die net zo zeldzaam dreigen te worden als middagjes schaatsen op een buitenbaan. Kaur combineert in Poly-nation het grote gebaar van landart met leven op de kleinste schaal, waar je als mens je eigen plek en verantwoordelijkheid mag zoeken.

Into Nature

Te zien
Dertien hedendaagse kunstwerken van twaalf kunstenaars, verspreid over natuurpark De Onlanden.

Tijd

Wie doorfietst, kan alles gezien hebben in een halve dag. Maar veel bezoekers kiezen voor een trager tempo en doen er een hele dag over of komen zelfs terug voor een tweede dag.

Vervoer
De route begint bij Wall House #2 in Groningen of Drents Museum De Buitenplaats, waar parkeergelegenheden zijn. Ter plekke zijn fietsen en e-bikes te huren (vooraf online reserveren is noodzakelijk).

Pauze
In het dorp Peize, halverwege de route, bevinden zich verschillende cafés met uitnodigende terrassen.

Niet te missen
Het videowerk A Voice and Nothing More (2026) van Priscila Fernandes (1981), dat in een container wordt vertoond waar slechts vier bezoekers per keer worden toegelaten. Wacht rustig je beurt af; je geduld wordt beloond.

Wat maakt deze buitententoonstelling bijzonder?
Van alle buitenkunstevenementen in Nederland heeft Into Nature de versmelting van kunst en natuur het hoogst in het vaandel. Hier geldt echt: de kunst laat je beter naar de natuur kijken en de natuur voegt iets toe aan de kunst.