26 augustus 2026

‘Where Are You From’ in Schunck in Heerlen biedt een overzicht van dertig jaar kunstenaarschap van Ina van Zyl. Het retrospectief laat zien hoe zij alledaagse onderwerpen als roomsoesjes, tenen en dennennaalden een sensuele, monumentale en soms politieke lading geeft. Door extreem in te zoomen, vervagen bovendien de grenzen tussen portret, stilleven en landschap.

Ina van Zyl, ‘Red Apples’, 2009
Ina van Zyl, ‘Red Apples’, 2009

Het bruin van de chocolade is intens, neigt naar zwart aan de schaduwkant en ziekelijk blauwgroen waar het licht op valt. De chocozoenen van Ina van Zyl (1971) dwingen de aandacht af die normaal is gereserveerd voor monumenten. Rond die luchtige lekkernijen gevuld met opgeklopt eiwit ontstond in 2005 enige ophef, omdat de oorspronkelijke aanduiding ‘negerzoen’ als mogelijk aanstootgevend en niet meer van deze tijd werd beschouwd. Het was een debat waarover Ina van Zyl – toen tien jaar in Nederland – zich verbaasde. Zelf is ze opgegroeid in Zuid-Afrika tijdens de jaren van apartheid. Discriminatie ging wel wat verder dan de aanduiding van een bakkersspecialiteit. Ze gaf haar schilderij van twee even aantrekkelijk als afstotelijk glanzende chocozoenen dan ook de toepasselijke titel Where Are You From (2011), om aan te geven dat diepgewortelde culturele verschillen zich vaak manifesteren in ogenschijnlijk oppervlakkige dingen.

Dezelfde titel is gegeven aan Van Zyls overzichtstentoonstelling in Schunck. Weer zeer toepasselijk. Want de uitgebreide selectie uit dertig jaar werk laat zien waar de kunstenaar vandaan komt, niet alleen geografisch en cultureel maar ook emotioneel en – vooral – artistiek.

Ina van Zyl, ‘My Ass’, 2020
Ina van Zyl, ‘My Ass’, 2020

Piemels met belachelijke namen
Halverwege de tentoonstelling is een forse hoek ingeruimd voor Van Zyls oudste werk, de tekeningen die ze als student grafische vormgeving maakte voor het satirische stripblad Bitterkomix. Pas toen ze in 1996 naar De Ateliers in Amsterdam ging, verruilde ze de getekende lijnen in zwart-wit voor geschilderde vlakken in kleur. Maar haar invalshoek bleef gelijk. In Van Zyls strips is de hoofdrol weggelegd voor vrouwen die zich staande proberen te houden in een wereld vol seksistische vooroordelen, conservatieve verwachtingspatronen en ingesleten racisme. Ook haar schilderijen zijn feministisch te noemen, maar op een subtielere manier. Het zit meer in de sensuele kracht waarmee ze een stel pruimen weergeeft of een kanarie in een vrouwenhand die het diertje koestert en net niet doodknijpt.

Het meest expliciet zijn Van Zyls close-ups van genitaliën, een subgenre in haar oeuvre. Piemels worden een beetje belachelijk gemaakt met titels als U-Turn (2019) en Trophy Hunter (2023). Vagina’s, daarentegen, krijgen bij haar iets monumentaals, vergelijkbaar met de chocozoenen. Zeker van een afstandje kun je er makkelijk meer in zien dan vrouwelijke anatomie: een landschap of een stilleven. Zelf ziet de schilder de vulva’s als een soort portretten, zoals ook tenen – nog zo’n subgenre – bij haar enorme persoonlijkheden zijn. Je bedenkt bijna automatisch een compleet leven bij de gelakte nagels en de gekromde of juist uitgestrekte kootjes in vaak onrealistische kleuren.

Ina van Zyl, ‘Selfportrait With Downcast Eyes’, 2007
Ina van Zyl, ‘Selfportrait With Downcast Eyes’, 2007

Ondergedompeld in nachtelijke stroop
Wie aandachtig kijkt, ziet dat Van Zyl de verf door de jaren heen steeds dunner is gaan aanbrengen. Een periode lang neigde de schilder, die toch al een voorkeur heeft voor bruintinten, naar een uiterst donker palet, alsof alles is ondergedompeld in een nachtelijke stroop. Maar over het algemeen oogt het oeuvre bijzonder consistent. Van Zyl vertrekt vanuit de klassieke genres van de schilderkunst – portret, stilleven en landschap – maar laat de grenzen daartussen vervagen. Door extreem in te zoomen laat ze binnen de afbeelding geen ruimte voor ruis of context en gaat alle aandacht naar een enkelvoudig onderwerp. is Iets simpels als een waterglas, roomsoes of zelfs dennennaald wordt voor even het middelpunt van het universum.

Voor de tentoonstelling in Schunck selecteerde Van Zyl behalve eigen werk ook schilderijen van Aad de Haas (1920-72), een collega die ze nooit persoonlijk heeft gekend maar met wie ze zich verwant voelt. Wie zijn kleine, bijna schetsmatige doekjes van een dansend meisje of pastoor-als-duivel ziet, snapt het wel. Ze zijn net zo gevoelig, dubbelzinnig en licht subversief als Van Zyls werk. Ook in deze wisselwerking is de tentoonstellingstitel van toepassing: ze toont een gedeelde herkomst die tijd en ruimte overschrijdt.