18 september 2026

Met Roos Gortzak (1973) aan het roer wil het Groninger Museum terug naar de avontuurlijke geest waarin het huidige gebouw in 1994 ontstond. De nieuwe koers: experimenteel, interdisciplinair en collectief. Frans Haks en Alessandro Mendini zijn belangrijke inspiratiebronnen. Tegelijk wil Gortzak minder afhankelijk worden van blockbusters en de collectie vanuit nieuwe perspectieven bekijken.
Roos Gortzak, artistiek directeur van het Groninger Museum, foto: Lin Woldendorp
Roos Gortzak, artistiek directeur van het Groninger Museum, foto: Lin Woldendorp
Groninger Museum, foto: Kathrin Sonntag
Groninger Museum, foto: Kathrin Sonntag

De eerste grote tentoonstelling onder het nieuwe beleid heet ‘The Architect and the Housewife – Cleaning the House, Building the Future’. Dat is een hele mond vol.
“Het is heel specifiek voor waar we nu beginnen. Je vindt hier een fantastisch gebouw, gemaakt door meerdere architecten, en je vindt een collectie waarvan minder dan twee procent door vrouwen is gemaakt. Vandaar die architect en die huisvrouw. Wie mag de architect zijn? Wie is degene die zorgt, schoonmaakt, onderhoudt? Dat zijn vragen die leven.”

Het gebouw is uitgesproken postmodernistisch en de wanden zijn weer kakelbont. Wat is anno nu zo aantrekkelijk aan het postmodernisme?
“Wat ik interessant vind, is de meerstemmigheid, het idee dat alles naast elkaar kan bestaan. Niet één kunstgeschiedenis met een hoofdletter K, maar verschillende geschiedenissen. En ook het doorbreken van de hiërarchie tussen hoge en lage kunst, tussen kunst en leven.”

‘Niet één kunstgeschiedenis met een hoofdletter K, maar verschillende geschiedenissen’

Hedendaagse kunst wordt een belangrijke lens om naar de collectie te kijken. Bestaat niet het gevaar dat bijvoorbeeld De Ploeg of Aziatische keramiek vooral illustratiemateriaal wordt voor actuele thema’s?
“Dat gevaar wil ik juist vermijden. We hebben bijvoorbeeld een langlopende presentatie van De Ploeg, tot 2029. Daarbinnen willen we telkens een ander licht op die collectie laten schijnen. Maar wel met respect voor het werk. De gelaagdheid van een kunstwerk moet overeind blijven. Hedendaagse kunstenaars kunnen juist iets uit de collectie naar boven halen wat je zelf niet meer zag.”

Tentoonstellingen over gender, identiteit of klimaat zijn gemeengoed in de hedendaagse kunst. Haks programmeerde juist onverwachte dingen: platenhoezen, graffiti, videoclips en ‘Business Art’. Hoe voorkom je dat het Groninger Museum gewoon met de kunstwereld meeloopt?
“Het verschil zit voor mij heel sterk in dit gebouw en in deze collectie. Dit gebouw was in 1994 al meerstemmig en kleurrijk gedacht. Dat wordt er nu niet achteraf op geplakt. Ook inhoudelijk willen we niet een tentoonstelling doen en daarna weer iets totaal anders. We willen langer vanuit een aantal vragen werken, zodat tentoonstellingen met elkaar gaan resoneren.”

Entreehal Groninger Museum, foto: Siese Veenstra
Entreehal Groninger Museum, foto: Siese Veenstra

Onder de vorige directeur Andreas Blühm presenteerde het museum geregeld grote publiekstentoonstellingen. Jullie willen daar minder afhankelijk van worden. Is dat niet riskant?
“Het is niet zo dat ik geen publiek wil. Ik wil juist zoveel mogelijk publiek en ook een zo divers mogelijk publiek. Maar blockbusters zijn ontzettend duur. Verzekeringen worden steeds hoger, musea bieden tegen elkaar op voor bruiklenen, er is extra personeelsinzet nodig. Het idee dat een tentoonstelling met heel veel bezoekers automatisch veel geld oplevert, klopt gewoon niet altijd.”

Tegelijkertijd heeft het museum financiële problemen gehad, staat het onder verscherpt toezicht van gemeente en provincie en krijgt het voor de transitie in 2026 en 2027 in totaal 1,2 miljoen euro extra steun. In het transitieplan staat dat de eigen inkomsten omhoog moeten. Hoe doe je dat zonder grote publiekstrekkers?
“Door veel preciezer te kijken naar wat we doen en wat het oplevert. We kijken ook hoe we de winkel en het café nog meer kunnen betrekken bij het artistieke programma van het museum. En nogmaals: grote blockbusters leveren niet automatisch geld op. Soms kosten ze juist ontzettend veel. Door meer met de eigen mensen, de eigen collectie en het eigen netwerk te werken, kun je op een heel andere manier rekenen. Ik ben overigens helemaal niet tegen publiekstrekkers. Yoko Ono [de reizende internationale tentoonstelling ‘Yoko Ono – Music of the Mind’, red.] had ik bijvoorbeeld fantastisch gevonden hier, juist omdat wij een belangrijke Fluxus-collectie hebben. Dan is er een inhoudelijke reden.”

‘Dit museum verdient het om internationaal veel bekender te zijn’

Wat gaat een bezoeker over drie jaar merken van het nieuwe Groninger Museum?
“Ik hoop dat je nu al voelt dat het museum is veranderd en in beweging blijft. We hebben de kleuren teruggebracht, de gordijnen in de entree geopend en het gebouw zelf weer meer ruimte gegeven. We hebben zelfs een originele Mendini-balie uit 1994 teruggevonden bij creatieve broedplaats De Biotoop in Haren en die weer teruggebracht. Over drie jaar hoop ik vooral dat mensen begrijpen wat die drie misschien wat moeilijke woorden – experimenteel, interdisciplinair en collectief – in de praktijk betekenen. En hoe dat verbonden is met Groningen en met de Groningse collectie. Het gebouw zelf is daarbij ongelooflijk belangrijk. Dit museum verdient het om internationaal veel bekender te zijn.”