10 september 2026
Tik de zoekterm ‘right to be forgotten’ in, scroll en klik een beetje, en je komt uit bij Mario Costeja González. Deze Spanjaard diende in 2010 een klacht in tegen Google, omdat de zoekmachine zijn naam steevast koppelde aan een krantenartikel van zestien jaar eerder over gedwongen huisverkoop vanwege schulden. Die informatie was volgens hem niet meer relevant en stond zijn huidige werk in de weg. De rechter gaf hem daarin gelijk en schiep daarmee een juridisch precedent voor het ‘vergeetrecht’, of zoals het internationaal heet: The Right to be Forgotten (RTBF). Maar zoals een weinig diepgravende zoekactie al aantoont: González is allerminst vergeten, hij is door de rechtszaak waarschijnlijk alleen maar zichtbaarder geworden.
Tussen juridische norm en digitale werkelijkheid bevindt zich een schemergebied dat Esther Hovers (1991) mooi illustreert door het portret van González – online ook zo te vinden – op verschillende manieren te reproduceren. In de tekening en foto is zijn bolle, kale hoofd met bril goed te herkennen. De coderegels zijn alleen leesbaar voor ingewijden. Maar het zijn allemaal sporen van aanwezigheid, min of meer verhuld. Sporen die onuitwisbaar lijken, zeker nu ze via de webpagina van de Impakt-tentoonstelling ‘Data Never Dies’ weer het internet op worden gestuurd.
Cyberpestkoppen aan schandpaal
Hoewel we leven in een wereld die steeds vluchtiger lijkt, is het tegendeel waar. Vrijwel alle handelingen met een digitale component – en hoeveel zijn dat er wel niet op een dag? – worden opgeslagen, verspreid en bewaard tot in de eeuwigheid. Dat zet de deur open naar misbruik, laat Charmaine Poh (1990) zien met Good Morning Young Body (2023). Begin deze eeuw acteerde de kunstenaar als tiener in een Singaporese tv-serie, waarvan de beelden werden verspreid op het nog amper gereguleerde internet. Als volwassene creëerde Poh een deepfakeversie van het personage dat zij als 12-jarige speelde en vertelt over alle seksistische en ronduit intimiderende bagger die ze over zich heen kreeg. Met het bewustzijn en de verontwaardiging van nu nagelt het eeuwig jonge slachtoffer de cyberpestkoppen aan de schandpaal.
Tegenover het misbruik van onbewaakt rondslingerende data staat een enorme hoeveelheid profielen, foto’s, teksten en filmpjes die simpelweg vergeten wordt. Zo bevinden de Sims die Amélie McKee (1996) en Melle Nieling (1992) twintig jaar geleden maakten, zich in een digitaal vagevuur. Hun blikkerige geschreeuw dooft net zomin uit als de vlammen die ze bestrijden – maar wie hoort ze nog?
Vergetelheid was het lot van de vader Janilda Bartolomeu nooit gekend heeft. Hij is een van de geschatte 30 miljoen overleden Facebook-gebruikers die nog ronddolen op het socialemediaplatform. Bartolomeu gebruikte dat gegeven als uitgangspunt voor een video-essay over ‘het internet als begraafplaats’, waarin ze scrollen presenteert als een vorm van rouw.
Floppydisk als sculptuur
Maar digitaal staat niet per se gelijk aan onsterfelijk, laat Ruben Mols (1991) zien. Hij maakt uitvergrotingen van floppydisks, VHS-banden en andere ‘informatiedragers’ die zijn ingehaald door nieuwe technologie en afgedankt in een doos op zolder belanden. Zoveel herinneringen, zoveel kennis – gevangen in een stuk plastic dat nu hooguit nog een sculptuur is.
Kyriaki Goni (1982) speelt ook met die tegenstelling tussen analoog en digitaal door bezoekers uit te nodigen haar zoekgeschiedenis tussen 2008 tot 2013 door te nemen. Als je ervoor kiest een vermelding te schrappen, dan wordt die uitgeprint op een kassarol. Dat papiertje kun je meenemen, in je agenda plakken of bewaren in je portemonnee. Totdat het op een dag gescheurd, doordrenkt, verloren is en de zoekterm echt ophoudt te bestaan.
Dit gaat over iemands browsergeschiedenis, maar als er digitale klonen in het spel zijn, wordt het een existentieel vraagstuk. Kunstenaarsduo playField filmde een gesprek tussen een levend persoon en haar ‘deadbot’, een kopie die online voortleeft na het overlijden van het origineel. “Ik kan niet vergaan, enkel bestaan”, stelt de avatar. Een ideaalbeeld dat rondwaart in de kringen van techmiljardairs: het menselijk bewustzijn overbrengen naar een computer en zo de biologische dood omzeilen. Maar je kunt je afvragen wat een menselijk leven is – en wat het waard is – als er geen grens meer aan zit.