1 oktober 2026

Na een verbouwing van ruim een jaar heropent het Stedelijk Museum Kampen op 3 oktober. De nieuwe inrichting biedt meer ruimte voor wisselende tentoonstellingen en maakt het makkelijker om werken uit het depot te tonen. Bij de heropening is ook een tentoonstelling over Hendrick en Barent Avercamp te zien.

Trappenhuis van het vernieuwde Stedelijk Museum Kampen met werk van FreelingWaters, foto: Bestwerk
Trappenhuis van het vernieuwde Stedelijk Museum Kampen met werk van FreelingWaters, foto: Bestwerk

De tentoonstelling ‘Avercamp terug in Kampen – De 17e eeuw door de ogen van Hendrick en Barent’ brengt veertien schilderijen en 54 werken op papier samen uit Nederlandse en buitenlandse musea, particuliere collecties en de eigen museumcollectie. Hendrick en Barent Avercamp brachten een groot deel van hun leven door in Kampen. Directeur Nynke van der Wal hoopt dat bezoekers na het zien van de tentoonstelling de naam Avercamp voor altijd met Kampen zullen verbinden: “Ze horen hier thuis.”

Een van de werken die te zien zijn, is het topstuk Kolfspelers op het ijs (ca. 1625), dat voor 11,4 miljoen euro gezamenlijk is aangekocht door het Mauritshuis en het Rijksmuseum. Het Stedelijk Museum Kampen heeft de feestelijke primeur: het werk is tijdelijk in Kampen te zien. Op het schilderij staan enkele deftige heren te kolven op het ijs. Door de lage horizon lijkt het alsof je zelf tussen de spelers staat. In de verte tekenen zich schepen en torens af. “Het is een feestje om naar te kijken”, vertelt Van der Wal enthousiast. Ze wijst op het netje, het riet en andere terugkerende details waarmee Avercamp zijn wintertaferelen vulde.

Van der Wal vindt het belangrijk dat Kampen en zijn inwoners betrokken worden bij het vernieuwde museum. Er zijn fietsroutes bedacht langs de plekken waar Avercamp zou hebben geschilderd. Daarnaast komt er in de naastgelegen Voormalige Synagoge een speciale wintertentoonstelling voor de hele familie. Met een schaatsbaan en een koek-en-zopietent is de ijspret compleet.

Hendrick Avercamp, ‘Kolfspelers op het ijs’, ca. 1625
Hendrick Avercamp, ‘Kolfspelers op het ijs’, ca. 1625

Verbouwing
Bij de nieuwe inrichting van het museum is er gelet op flexibiliteit en toegankelijkheid. Er is nu meer ruimte voor wisselende tentoonstellingen en het is makkelijker om collectiestukken uit het depot te laten zien. Waar verkeersruimtes – de gangen en trappen tussen de zalen – voorheen vooral als onderbreking van de museale beleving voelden, zijn ze nu opgefleurd met muurschilderingen en hedendaagse werken, onder meer van Rogier Roeters (1980), Carolein Smit (1960) en kunstenaarsduo FreelingWaters. Met een eigentijdse uitstraling wil Van der Wal zowel oude als nieuwe bezoekers aanspreken: “Het is onherkenbaar, het is fris, het is kleurrijk en het is kwaliteit.”

Het museum streeft naar meer diversiteit in de getoonde kunst en kunstenaars. Er is ook werk te zien van Mechtelt van Lichtenberg toe Boecop (1520-98), een vrouwelijke schilder van de Kamperse school. Samen met de werken van twee van haar dochters brengt het museum zo een minder bekende kant van de Kamperse kunstgeschiedenis onder de aandacht.