22 september 2026

Het schilderij Vissers aan de oevers van een plas (1651) van Jan van Goyen wordt teruggegeven aan de erfgenamen van de Joodse kunsthandelaar Jacques Goudstikker. Nieuw herkomstonderzoek maakt aannemelijk dat het werk tijdens de Tweede Wereldoorlog onvrijwillig uit zijn kunsthandel verdween en in de collectie van nazikopstuk Hermann

Jan van Goyen, ‘Vissers aan de oevers van een plas’, 1651
Jan van Goyen, ‘Vissers aan de oevers van een plas’, 1651

Het schilderij maakt deel uit van de Rijkscollectie en bevindt zich sinds 1967 in het Mauritshuis in Den Haag. De Restitutiecommissie heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap geadviseerd om het werk terug te geven aan de erfgenamen van Goudstikker. De minister heeft dat advies overgenomen.

Jacques Goudstikker (1897-1940) was een vooraanstaande Nederlandse kunsthandelaar. Kort na de Duitse inval vluchtte hij in mei 1940 met zijn gezin naar Engeland. Tijdens de overtocht kwam hij door een ongeluk om het leven. Zijn kunsthandel, met een voorraad van 1113 kunstwerken, bleef in Amsterdam achter. Zonder instemming van zijn weduwe Dési Goudstikker werden grote delen van de handelsvoorraad vervolgens verkocht aan de Duitse zakenman Alois Miedl en nazikopstuk Hermann Göring.

Fotokaarten
Lange tijd was niet duidelijk dat ook Vissers aan de oevers van een plas tot Goudstikkers handelsvoorraad had behoord. Twee identieke fotokaarten bleken belangrijk voor de identificatie: een uit het archief van Goudstikker en een uit het archief van Göring. Aantekeningen daarop laten zien dat het schilderij eerst bij Goudstikker was en enkele weken na de Duitse inval in de collectie van Göring terechtkwam. Ook andere archiefstukken ondersteunen die herkomst.

Na de oorlog dook het werk in 1957 op bij een veiling in Berlijn. Via kunsthistoricus Hans-Ulrich Beck en de Nederlandse kunsthandelaar Saam Nijstad kwam het uiteindelijk bij de Nederlandse Staat terecht, die het in 1967 voor 58.000 gulden aankocht voor het Mauritshuis.

De teruggave staat in een langere geschiedenis van rechtsherstel. Na de oorlog raakte Goudstikkers weduwe Dési verwikkeld in een procedure met de Nederlandse Staat. De Restitutiecommissie stelde later dat de betrokken instanties zich daarbij “kil en formalistisch” hadden opgesteld. In 2005 adviseerde de commissie al 202 werken aan de erfgenamen terug te geven; in 2013 volgden nog drie kunstwerken. Vissers aan de oevers van een plas maakte geen deel uit van die eerdere restituties.