21 oktober 2026

Zeventig jaar na de Hongaarse Opstand verwerft Fenix in Rotterdam zeldzame foto’s van Ata Kandó, die in 1956 de vlucht van duizenden Hongaren vastlegde. Ook twee andere fotografen uit haar kring, Violette Cornelius en Eva Besnyö, zijn dit jaar in twee Nederlandse musea te zien.
Ata Kandó, Hongaarse Opstand, 1956
Ata Kandó, Hongaarse Opstand, 1956

Het Rotterdamse migratiemuseum Fenix heeft zeldzame fotoafdrukken verworven van de Hongaars-Nederlandse fotograaf Ata Kandó (1913-2017). In 1956 reisde zij naar de Oostenrijks-Hongaarse grens, waar duizenden Hongaren op de vlucht waren na het neerslaan van de opstand tegen het communistische regime. De door haar zelf gemaakte afdrukken zijn vanaf 23 oktober in het museum te zien.

De aanwinst valt samen met een brede belangstelling voor vrouwelijke fotografen uit de twintigste eeuw. Kandó maakte de reportage samen met Violette Cornelius (1919-98). Diens werk is vanaf 20 november te zien in een grote overzichtstentoonstelling in het Nederlands Fotomuseum. Aanleiding is uitgebreid onderzoek naar haar archief, waarvan een deel recentelijk in reiskoffers opdook. Ook Eva Besnyö (1910-2003), die momenteel centraal staat in een overzichtstentoonstelling in Fotomuseum Den Haag, was nauw met Kandó verbonden. Besnyö en Kandó werden allebei geboren in Boedapest, vestigden zich in Nederland en raakten nauw bevriend.

Op 14 november, zeventig jaar na aankomst van de eerste trein met Hongaarse vluchtelingen in Utrecht, organiseert Fenix een herdenkingsprogramma met muziek, workshops en rondleidingen.