Olaf Mooij verbeeldt al decennia de verhouding van de mens tot zijn heilige koe. Van bepruikte auto’s tot een ‘tempel’ van motorkappen. Met de tentoonstelling ‘Autopia’ biedt Museum De Domijnen in Sittard een overzicht van zijn werk.

Olaf Mooij met 'DJ Mobile 2.0' (2014), foto: Rob Nijpels

‘Autopia’ is een samenwerking tussen gastcurator Anne Berk en kunstenaar Olaf Mooij (1958). Tijdens de opening van de tentoonstelling bleek het duo niet helemaal op één lijn ten aanzien van ‘het door mensen gemaakte object dat de meeste invloed heeft op die mens’, aldus Berk. Ze doelde daarmee op het milieuvervuilende karakter van de auto. Mooij gaf aan dat hij minder zwaar tilt aan dat schadelijke aspect. Van jongs af aan heeft hij een fascinatie voor auto’s en daar gaat zijn hoofd mee aan de haal. En dan kan het ultieme gebruiksvoorwerp kunst worden. De auto transformeert in de handen van Mooij bijvoorbeeld in een Rain Car (2012-19), het tegenovergestelde van de ‘rijdende regenjas’, zoals het prototype van Hub van Doorne, de latere oprichter van DAF, werd genoemd. De inmiddels vernietigde Rain Car was uitgerust met een tank met 300 liter water en een slangenstelsel, om al rijdende zichzelf en zijn omgeving nat te sproeien.

Evenzeer mobiel is de muziekinstallatie van DJ Mobile 2.0 (2014): van voren een gewone auto, maar de kofferbak is ingeruild voor een overkill aan speakers. Helaas niet op de tentoonstelling is Brain Car (2005). Dit rondrijdende ‘brein’ doorkruiste overdag ‘s Heren wegen, om ’s avonds de opgenomen indrukken van binnenuit kleurrijk te projecteren op de hersenen van polyester.

Olaf Mooij, 'De koets', 2015, foto: Rob Nijpels

Ambacht

Olaf Mooij is een conceptuele én ambachtelijke kunstenaar. Wat hij bedenkt, kan hij ook maken; hij kan sleutelen als een monteur. Prachtig is de mobiele ‘werkplaats’ De koets (2015), gefabriekt uit een keur aan materialen, maar in de kern een silo op wielen. We kunnen binnenkijken, het vertrek is er eerder een van een horlogemaker dan van iemand die groot denkt en dus ruimte behoeft. Meestal neemt Mooij de uitvoering van zijn werken in eigen hand, maar hij schroomt er ook niet voor om een specialist voor zijn karretje te spannen als dat een professioneler resultaat oplevert. Zo vroeg hij een kapper om de pruiken op zijn Hair Cars (2002-06) te knippen: van punkkapsels tot keurige scheidingen.

Olaf Mooij, 'Car Skin', 2008

Filosofisch

Mooijs exploratie schiet soms aangenaam door, waarbij hij filosofische vraagstukken niet uit de weg gaat. De betekenis van ‘auto’ is ‘zelf’. Maar wat als de auto de mens overleeft en menselijke trekjes krijgt? Die vraag leidt tot werken als Car Skin (2008), de ‘huid’ van een Trabant als een latex afdruk, maar ook tot autofossielen en een verzameling onderdelen op ‘sterk water’ in het Museum voor carcheologie (2016). Het quasi-religieuze The Temple of Doom (2011) bestaat uit drie tegen elkaar geplaatste gepolyesterde Volkswagen-Kever-chassis rond een glazen buis met olie (de ‘heilige graal’). Mooijs jongste beeld is Fontein van tranen (2022), gemaakt in opdracht van Museum De Domijnen. Dit werk, opgebouwd uit motorkappen, wielen, voorruiten en bekroond met een ‘huilende’ achteruitkijkspiegel, is een monument voor verkeersslachtoffers. Want niet alleen het milieu heeft te lijden onder onze mobiliteit. Zo stemt de vrolijk makende verzameling nog eens tot nadenken.