4 juni 2026
Zomerserie buitententoonstellingen
Deze zomer bezoekt Museumtijdschrift vijf kunstevenementen in de openlucht. In deze serie:
- Paltz Biënnale, Soest – mei
- BlowUp Jubilee, Den Haag – juni
- Lustwarande, Tilburg – juni
- Sonsbeek, Arnhem – juli
- Into Nature, Noord-Drenthe – augustus
Wie te veel bezig is met het winkelaanbod, loopt grote kans hem te missen: de gloeilamp van Theo Botschuijver (1943). Maar als je hem eenmaal gezien hebt, laat het beeld je niet meer los. Als een surrealistische zeppelin hangt het buitenformaat peertje hoog in de koepel van de Haagse Passage. Een dromerige ode aan de technologie die inmiddels lang en breed is ingehaald door ledverlichting.
De Haagse buitententoonstelling ‘BlowUp Art’ toont al vijf jaar opblaaskunst van bekende en onbekendere kunstenaars door het Museumkwartier: werken die groot en licht tegelijk zijn, en soms toch verrassend goed verstopt in de stad. De meeste met lucht gevulde sculpturen zijn echter minder verdekt opgesteld: ze drijven in de Hofvijver of staan verspreid over het Lange Voorhout, waar ze zelfs tijdens de wekelijkse antiekmarkt niet te missen zijn.
Steve Messam (1969) heeft zich met zijn ‘bubbletecture’ zelfs de hele Gevangenpoort toegeëigend. Vlak bij het Groene Zoodje, waar tussen de veertiende en achttiende eeuw executies werden voltrokken, lijkt het alsof de Brit een enorme brok donkergroene klei door de onderdoorgang heeft geperst en er daarna een tunnel in heeft uitgegraven. Aan weerszijden zitten dikke bubbels tegen de gevel geplakt.
Eieren in de Hofvijver
Botschuijver, de man van de gloeilamp, maakt sinds de jaren 1960 ‘opblaaskunst’. Hij pionierde al in de tijd dat Andy Warhol en Claes Oldenburg het medium internationaal populair maakten. Tal van kunstenaars hebben zich sindsdien beziggehouden met deze kunstvorm die de vrolijke aantrekkelijkheid heeft van een luchtkussenkasteel in een kinderparadijs en een monumentaliteit die even tijdelijk is als de luchttoevoer. Het bekendste werk is waarschijnlijkComplex Pile (2007) van Paul McCarthy, een vijftien meter hoge hondendrol die in 2009 in de Utrechtse Uithof werd gepresenteerd in een overzicht van zijn ‘inflatables’.
De twintig werken in BlowUp Jubilee zijn een stuk minder subversief dan dat. Het is luchtige kunst, in meerdere opzichten. Curator Mary Hessing, oprichter van designblad WOTH, nodigde veel ontwerpers uit en hun bijdragen draaien meer om visueel effect dan conceptuele diepgang. Zo kwam Marcel Wanders (1963), die ooit een vaas ontwierp door eieren in een condoom te proppen en die vorm af te gieten, met een verzameling zilverkleurige eieren die het water van de Hofvijver weerspiegelen. En designstudio Kiki & Joost leidt een reusachtige paarse, met pijlen beschilderde spaghettisliert tussen de bomen door naar de ingang van kunstenaarssociëteit Pulchri.
Het is opvallend hoe goed de vaak felgekleurde en buitenissig grote werken opgaan in de stedelijke omgeving. Een knap staaltje styling. Zo matcht het geel van De kloppende kalender (2024) van John Körmeling (1951) perfect met de gevel van het achtergelegen Hotel Des Indes. De meeste voorbijgangers zullen waarschijnlijk niet verder komen dan die constatering en het werk bestempelen als een donut of zwemband. En dat terwijl het werk een astronomische cyclus van negentien jaar verbeeldt, gebaseerd op Körmelings complexe berekeningen. Maar omdat er geen tekstbordjes zijn, blijft die betekenislaag onderbelicht.
Roze Torentje
Bij andere werken zijn de extra lagen iets makkelijker te lezen. Zo is in de mosselpan van Studio Job eenvoudig een verwijzing te herkennen naar de Belgische surrealist Marcel Broodthaers. En Sigrid Calon (1969) liet zich voor Gazebo(2024) inspireren door het Torentje, het bescheiden hoekje van het Binnenhof waar de premier kantoor houdt. Bij Calon wordt dit machtscentrum een roze prieeltje met een schuimtaartachtig dak dat door wiebelige pilaren wordt gestut. Bijzonder passend nu het Binnenhof jarenlang gesloten is voor renovatie en de eerste openlijk homoseksuele premier tijdelijk in een alternatief Torentje moet werken.
En zo zijn er meer werken te vinden die gecamoufleerd door zomerse vrolijkheid kritische speldenprikjes uitdelen. Het dichtst in de buurt van een statement komt Steve Messam (1969) met Orange (2022). Het werk bestaat uit een puntige groene kroon die over het standbeeld van Willem van Oranje is gedrapeerd. Alsof de kroon van het Amerikaanse Vrijheidsbeeld, die duidelijk een paar maten te groot is, over de schouders van de vader des vaderlands is getrokken. Terwijl de punten in de wind frivool alle kanten op wapperen, dreigt Willem bijna te stikken in zijn tijdelijke hoofddeksel.
BlowUp Jubilee
Te zien
Twintig opblaasbare kunstwerken uit eerdere edities, verspreid over het Haagse Museumkwartier.
Tijd
Trek er ongeveer anderhalf uur voor uit om de route rustig te lopen.
Vervoer
Goed bereikbaar met het openbaar vervoer. De werken liggen op loopafstand van elkaar, onder meer rond de Passage, de Hofvijver, het Lange Voorhout en de Gevangenpoort.
Pauze
Aan cafés en terrassen geen gebrek: rond het Plein, de Hofvijver en het Lange Voorhout zijn genoeg plekken voor koffie, lunch of een drankje.
Niet te missen
De kloppende kalender (2024) van John Körmeling: op het eerste gezicht een gele donut of zwemband, maar in werkelijkheid een verbeelding van een astronomische cyclus van negentien jaar.
Wat maakt deze buitententoonstelling bijzonder?
BlowUp Jubilee brengt bekende en minder bekende kunstenaars en ontwerpers uit binnen- en buitenland samen. De beste werken profiteren van het Haagse decor: tussen Hofvijver, Gevangenpoort en Binnenhof krijgen zelfs vrolijke opblaasobjecten soms een historische of politieke ondertoon.



