5 oktober 2026
Na een verbouwing van vier jaar heropende op zaterdag 3 oktober Design Museum Gent. Het vernieuwde museum heeft een imposante hoogbouw en de bestaande oudbouw is ingrijpend gerenoveerd. De heropening markeert tevens het afscheid van directeur Katrien Laporte. Sinds haar aantreden in 2013 maakte Design Museum Gent een stormachtige ontwikkeling door.
Design Museum Gent is het grootste designmuseum in België en kan zich meten met vergelijkbare designmusea in Den Bosch en Londen. De blikvanger is het nieuwe torengebouw, dat met zijn 25 meter hoogte ver boven de oude binnenstad uitsteekt. Het is een ontwerp van het Britse architectenbureau Carmody Groarke in samenwerking met het Belgische ATAMA. Carmody Groarke realiseerde eerder een tentoonstellingsruimte in het Science & Industry Museum in Manchester.
Het strakke, witgrijze gebouw van vijf verdiepingen heeft een houten constructie en een duurzame gevelsteen, gemaakt van lokaal bouwpuin uit de gemeente Gent. De innovatieve toegangspoort van de Antwerpse designstudio Unfold is van 3D-geprint aluminium. Daarnaast is het hoofdgebouw uit 1755 aangepast aan de moderne tijd, met behoud van de monumentale architectuur. Het museum beschikt nu over zo’n 3700 vierkante meter tentoonstellingsruimte.
Design en democratie
Bij een nieuw gebouw hoort ook een nieuwe koers. De grote openingstentoonstelling is ‘Public Matter(s) – Design and Democracy’ met als radicaal uitgangspunt dat de democratie een dynamisch ontwerp is. “Dan kun je denken aan verkiezingsposters, stembiljetten en parlementsgebouwen”, zegt vertrekkend directeur Laporte. “Maar ook de politieke systemen, zoals partijvertegenwoordiging, stemprocedures en inspraak, zijn het resultaat van ontwerpkeuzes. En die kunnen dus ook herontworpen worden, zodat de democratie beter functioneert.”
De tentoonstelling is illustratief voor de nieuwe koers, die zich richt op wat design kan betekenen voor de samenleving en het individu, aldus de vertrekkend directeur. “De kwetsbaarheid van de democratie is een van de grote maatschappelijke vraagstukken van dit moment. Maar ook op andere vlakken gaat het niet goed: van klimaat en privacy tot toenemende ongelijkheid en polarisatie. Het is de rol van een museum om dat aan te kaarten en mensen te helpen zelf een mening daarover te formuleren.”
Ontmoetingsplek
Kenmerkend voor deze actieve rol is dat het museum zich wil positioneren als een ‘third place’ in de stad. Naast het eigen huis en de werkplek wordt dit een fysieke en mentale ruimte waar alle lagen van de bevolking elkaar kunnen ontmoeten, verduidelijkt Laporte. “Je kunt hier lezingen en workshops volgen, aanschuiven in het atelier of meewerken aan een collectief maakproject. Ook is een community-curator aangesteld, die verschillende gemeenschappen in kaart brengt en onderzoekt hoe we die bijvoorbeeld via open calls bij het museum kunnen betrekken. Maar je kunt ook gewoon een koffietje drinken of bijkletsen. Niets moet.”
Een bredere collectie
Gent is de derde grootste stad van België en heeft een opvallend jonge en diverse populatie. Dat dwingt het museum om ook kritisch naar zijn eigen collectie te kijken. “Die is nog altijd zeer westers en wit. Van de 160 nationaliteiten hier is vrijwel niets terug te zien in onze zalen. Ik hoop dat we door actiever samen te werken met lokale, landelijke en internationale gemeenschappen objecten gaan verwerven die iets toevoegen aan onze collectie.”
Al zullen ook traditionele designobjecten te zien blijven, waaronder alledaagse gebruiksvoorwerpen, grafisch ontwerp, interieurdesign en digitale innovaties. In de monumentale achttiende-eeuwse vleugel staat een kring van bijzondere stoelen. “Daar zullen designliefhebbers echt van genieten.”
Een actief museum dat inclusief en duurzaam is, midden in de maatschappij staat en geen bezoekers maar gebruikers heeft. Kortom, de ambities zijn hoog. “Maar dit museum is zelf ook een ontwerp”, relativeert Laporte de verwachtingen. “Het is een plek om al doende te ontdekken wat een museum kan zijn. Hoe dat anders kan. Dat zal met vallen en opstaan gaan. Daarom nodigen we iedereen uit om het museum samen te verkennen als een open ruimte waarin verschillende stemmen en toekomstbeelden naast elkaar kunnen bestaan.”