28 september 2026
Een wachtrij voert langs loketten, geld stroomt door buizen en onderin draaien politici aan hendels. In de monumentale tekening De machinerie van de volkshuisvesting brengt Carlijn Kingma de Nederlandse wooncrisis samen in één grote kaart. Haar getekende wereld komt voort uit uitvoerig onderzoek. “We hebben een systeem opgetuigd dat ongelijkheid in de hand werkt.”
Dit interview met Carlijn Kingma verscheen eerder dit jaar in ons digitale tijdschrift Museumtijdschrift+.

Met de allerdunste technische tekenpen tekende Carlijn Kingma (1991) een monumentale kaart van 113 bij 150 centimeter. De machinerie van de volkshuisvesting toont de wooncrisis als een groot, complex apparaat waarin geldstromen, regels, belangen en politieke keuzes voortdurend op elkaar inwerken. Links is de bestaande woningvoorraad te zien, rechts de haperende nieuwbouwproductie. Bovenin bevinden zich de banken, onderin de politieke arena. Daartussen bewegen huurders, huiseigenaren, woningcorporaties, projectontwikkelaars en gemeenten zich door dezelfde machine.
Het project ontstond in samenwerking met online onderzoeksplatform Follow the Money. Daar is ook een geanimeerde videotour van te zien. Een reproductie van De machinerie van de volkshuisvesting werd eerder op verschillende plekken in Nederland getoond en in Singer Laren is nu voor het eerst het origineel te zien, samen met enkele spotprenten waarin Kingma afzonderlijke mechanismen uit de wooncrisis verder uitwerkt.
Tweeduizend uur
“Met De machinerie van de volkshuisvesting begon ik ongeveer toen ik zwanger werd van haar.” Kingma kijkt naar de pasgeboren baby op haar schoot. Het is een warme dag in een jugendstilhuis in Zutphen, waar ze met haar vriend en samenwerkingspartner Thomas Bollen woont en werkt. Haar zwangerschap duurde negen maanden; in diezelfde periode werkte ze in totaal zo’n tweeduizend uur aan de tekening. Normaal trekt Kingma zich tijdens de tekenfase van een project maandenlang terug. Ze maakt lange dagen en richt zich met volledige concentratie op het papier. Met een baby op schoot laat het werk zich minder makkelijk scheiden van het dagelijks leven.
“Het combineren van kunstenaarschap en ouderschap is best zoeken. Nu ligt er een baby naast me als ik teken. Ik luister naar podcasts en audioboeken terwijl ik met haar buiten ben, en ik heb een manier gevonden om met mijn schetsboek op de kinderwagen te werken. Zij ligt dan een beetje naar de bomen te kijken.” Zoals werk en privéleven in deze periode door elkaar lopen, zo laat Kingma in haar tekeningen zien hoe maatschappelijke systemen doorwerken in het dagelijks leven – in dit geval iets fundamenteels als wonen.

Onbekend gebied
Na twee jaar onderzoek in samenwerking met Bollen zette Kingma de Nederlandse volkshuisvesting om in een getekend systeem. Wonen is een eerste levensbehoefte, maar voor steeds meer mensen is een dak boven het hoofd onbereikbaar. Volgens Kingma en Bollen is de huidige wooncrisis niet vanzelf ontstaan: het systeem is zo afgesteld dat wonen steeds minder om een veilig en comfortabel thuis draait, en steeds meer om bezit van onroerend goed en vermogensgroei.
Kingma noemt zichzelf cartograaf. “Daarin komen voor mij de rollen van onderzoeker en kunstenaar samen.” Ze vergelijkt haar werkwijze met het betreden van onbekend gebied. “Het voelt alsof ik samen met mijn vriend Thomas een soort land betreed waar ik nog niet eerder ben geweest. We reizen door die wereld, terwijl mensen ons de weg wijzen en zeggen: zo ziet het landschap eruit. De kaart groeit langzaam en wordt steeds gedetailleerder. Je moet al die stukjes verzamelen en ze als puzzelstukken aan elkaar leggen.”
Naast de gesprekken bieden ook harde data informatie voor de tekening. De honderd huisjes aan de linkerkant staan voor de volledige woningvoorraad: sociale huur, vrije sector en koop. In de huizen zitten opslagvaten waaruit geld wordt getapt; vooral bij huurders in de vrije sector verdwijnt veel geld. In de tekening wordt daardoor ook zichtbaar hoe geld, beleid en eigendom de verhoudingen bepalen.

Schetsen
De uiteindelijke tekening ontstond uit een lange reeks voorstudies. “Ik maak compositieschetsjes, die soms maar tien bij zeven centimeter zijn, heel klein. Daarna worden de schetsen groter en preciezer. Dan zie je alle partijen uitgetekend. Wat moet vlak bij elkaar liggen? Wat gebeurt er met licht en donker? Kan ik alle informatie die ik wil opnemen, kwijt in deze opzet?”
“Aanvankelijk werkte ik met een andere opzet. De samenleving stond in het midden en al die partijen die de volkshuisvesting moeten organiseren, realiseren, financieren, plannen en bouwen, stonden eromheen. Maar voor elk deel van het verhaal moesten weer andere partijen dicht bij elkaar staan. Ik kreeg die puzzel niet opgelost. Toen viel het kwartje: niet de samenleving moest centraal staan, maar de volkshuisvesting zelf moest de arena worden.”

Tekentafel
Tekenen doet Kingma al haar hele leven. Als kind deed ze niets liever en later ging ze architectuur studeren aan de TU Delft. Ze koos niet voor de kunstacademie, omdat ze met haar tekeningen altijd al iets wilde ontleden of communiceren. “Ik dacht: dat is de architectuurtekening.” In architectuur zag ze een plek waar schoonheid, techniek en wetenschap samenkomen, al bleek de studie minder romantisch dan ze zich had voorgesteld. “Maar ik kon wel blijven tekenen.” Ze maakte grote, steeds complexere tekeningen en bleef bewust met de hand werken. “Ik had een tekentafel in mijn studentenkamer staan en weigerde om computertekeningen te maken.”
Ze ziet een duidelijke lijn tussen architectuur en haar huidige kaarten. “Een architect produceert in essentie alleen een tekening, die een constructie communiceert; het uiteindelijke gebouw is het product van degene die het bouwt.” Na haar afstuderen ging Kingma verder met het maken van kaarten waarin ze complexe systemen ontleedt.
Haar kaarten ontstaan vaak in samenwerking met onderzoekers en denkers uit andere disciplines. Ze werkte onder anderen samen met historicus Rutger Bregman voor Het weefsel der mensheid (2020) en met Thomas Bollen en financieel econoom Martijn Jeroen van der Linden voor Het waterwerk van ons geld (2022-23). In dat laatste project verbeeldde ze het geldstelsel aan de hand van de metafoor ‘geld als water’: in een landschap van stromen, sluizen en reservoirs is te zien wat bepaalt waar geld naartoe gaat en waar juist niet.

Samenwerken
Voor het maken van De machinerie van de volkshuisvesting leverden publieke en financiële partijen kennis en financiering, waaronder Provincie Zuid-Holland, Triodos Bank, Metropoolregio Amsterdam en het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Omdat die partijen verschillende belangen hebben, kreeg Kingma toegang tot meerdere kanten van het systeem zonder zich aan één daarvan te verbinden. Partners mochten reageren, aanvullen en corrigeren, maar uiteindelijk bepaalde Kingma hoe het systeem op papier komt.
“Ik moet mijn schetsen continu bijschaven. Het ontwikkeltraject van nieuwe woningen leek eerst een lineair proces, maar bleek veel grilliger te zijn. In de tekening haperen karretjes nu in een ingewikkeld traject van loketten, stempels en beslissingen. Sommige dingen kun je niet echt doorgronden als je ze alleen maar in een rapport leest.”
Ook voor de betrokken partijen is dit verhelderend: vaak hebben zij hun eigen deel in het proces nog nooit in zo’n samenhang gezien. “Mijn partner en ik staan volledig los van alle partijen. Het zou niet werken als we het alleen voor een bank of overheid deden. We maken juist een alliantie met partners die tegengestelde belangen hebben.”

Verleiding
“Sommige mensen die mijn werk kopen, hebben normaal weinig met kunst, maar worden juist geraakt door het onderwerp. Anderen vallen vooral voor het beeld, ook als ze niet zoveel met het verhaal hebben.” Voor Kingma is dat geen bezwaar. “Als ik mijn verhaal over de bühne wil brengen, moet ik mensen dat verhaal in trekken. De tekening moet mensen verleiden hun kostbare tijd te geven om de kaart te doorgronden.”
Die verleiding zit hem in de overvloed aan details: kleine taferelen, donkere doorgangen, machinekamers en architectonische bouwsels, met Bruegel en Piranesi als belangrijke inspiratiebronnen. De etsen die in Singer Laren naast de grote tekening te zien zijn, werken meer als spotprenten. Waar de kaart de wooncrisis als samenhangend systeem laat zien, zoomen die etsen in op afzonderlijke mechanismen en sentimenten, zoals de angst om te dalen op de maatschappelijke ladder.
Geen monsters
Kingma wil de wooncrisis niet terugbrengen tot één kwade boosdoener. “Ik kom geen slechte mensen tegen binnen een bank. Mensen worden op mijn kaarten ook niet als monsters afgebeeld.” Dat betekent niet dat ze neutraal is. “We hebben een machinerie opgetuigd die ongelijkheid in de hand werkt.” Haar kaarten zijn geen wijzend vingertje, maar leggen de kloof bloot tussen wat de politiek en de samenleving zeggen te willen – betaalbare, beschikbare en duurzame woningen – en wat de machinerie daadwerkelijk voortbrengt.
Dat spanningsveld zit in de ruimte zelf: in trappen die nergens heen lijken te leiden, reservoirs die vollopen, wachtrijen, afgronden en krappe doorgangen. Tegelijk is de beklemming niet alleen suggestie. Ook schaal en data bepalen het beeld. “Sommige dingen zijn meetbaar. De balansen van bedrijven, de geldstromen, hoeveel sociale huurwoningen er zijn, hoeveel koopwoningen, alle overheidsbudgetten, statistieken over verkoopprijzen van huizen.”
Zorg
Ook in haar eigen leven ontkomt Kingma niet aan de systemen die ze tekent. Sinds de komst van hun kinderen verhuisde ze met Bollen uit de Randstad naar Zutphen, waar ze een huis met atelier konden kopen. “Dat konden we natuurlijk alleen maar hier betalen.” Haar familie woont dichtbij en springt bij voor de zorg voor het gezin. “We leunen veel op ons netwerk. Anders redden wij het ook niet.”
Het zorgstelsel heeft Kingma nog niet getekend, maar het systeem houdt haar steeds meer bezig. “Ik denk dat de zorg voor mij het meest interessante systeem is, omdat het met alles is verweven. Met de economie, met familie, met tijd, met hoe we leven. Als vrouw, helemaal met werk waarbij je lange uren moet maken en niet alleen maar in halfuurtjes en uurtjes kunt werken, kun je het niet alleen. Je hebt anderen nodig.”
Recht
Maar nu het onderwerp wonen is afgerond, richt Kingma haar aandacht op het recht. Het nieuwe project heet Legal Creatures en gaat over bedrijfsrecht en financieel recht. Kingma werkt opnieuw samen met Bollen, en ditmaal ook met Tom Wetzer, hoogleraar aan de universiteit van Oxford. “We onderzoeken hoe het recht, waarvan we denken dat het de grote gelijkmaker is, juist vermogens beschermt en ongelijkheden vergroot.”
Ook Legal Creatures begint met gesprekken, onderzoek, schetsen en het zoeken naar een vorm. Wat Kingma voor wonen doet, wil ze ook voor het recht bereiken: een systeem dat ver weg lijkt, terugbrengen naar de dagelijkse werkelijkheid. “Door de kaart voelt het niet meer als een wereld ver van je vandaan, maar als iets dat verweven is met je dagelijkse realiteit.”

