27 mei 2026

Met wat goede wil kun je beweren dat dankzij havenstad Le Havre het impressionisme is ontstaan. Dat is althans de gedachte achter de groepstentoonstelling ‘Meesterwerken uit Le Havre’ in Singer Laren, waar de stad aan de Normandische kust wordt gepresenteerd als een broedplaats van moderne schilderkunst.

Auguste Renoir, ‘Baie de Salerne (Baai van Salerno)’, 1881
Auguste Renoir, ‘Baie de Salerne (Baai van Salerno)’, 1881

Waarom daar? Tijdens de Frans-Pruisische oorlog, het beleg van Parijs en de daaropvolgende Parijse Commune in 1870-71 ontvluchtten duizenden Parijzenaars het schokkende geweld richting het veilige Londen. Onder hen waren kunstenaars als Claude Monet, Camille Pissarro en de latere galeriehouder van de impressionisten Paul Durand-Ruel. De oversteek werd gemaakt vanaf Le Havre. Dat de thuisblijvers ongelijk hadden, blijkt uit het lot van de 28-jarige schilder Frédéric Bazille, die in 1870 op het slagveld stierf.

Le Havre wordt vooral geassocieerd met het impressionisme vanwege de titel van een kunstwerk dat Claude Monet er schilderde: Impression. Soleil levant. Een blik op de haven in de vroege ochtend. Monet schilderde het in 1872 vanuit het raam van zijn hotel, een eerbetoon aan de stad die hem veiligheid had geboden. Uiteindelijk zou het beroemde schilderij de naam geven aan de hele kunststroming.

Eugène Boudin, ‘Étude de ciel au couchant (Luchtstudie bij zonsondergang)’, ca. 1888-95
Eugène Boudin, ‘Étude de ciel au couchant (Luchtstudie bij zonsondergang)’, ca. 1888-95

Boudin en Jongkind wijzen Monet de weg
Het is vooral te danken aan de donaties en legaten van lokale koffie- en katoenhandelaren dat het museum in Le Havre, MuMa Le Havre, zo’n prestigieuze collectie schilderijen bezit waarin het impressionisme een belangrijke plaats inneemt. In Singer Laren is daar nu met zo’n zeventig schilderijen en tekeningen een keuze uit gemaakt, per zaal gerangschikt onder onderwerpen als ‘Het licht van het zuiden’ en ‘De blik naar binnen: de Nabis en het symbolisme’. De tentoonstelling is een aaneenschakeling van plezierige schilderijen van kunstenaars als Monet, Degas, Gauguin, Matisse en Vuillard, om er enkele te noemen.

En er zijn verrassingen, zoals het ensemble van en plein-air geschilderde wolkenstudies door de uit Normandië afkomstige Eugène Boudin (1824-98), die de jongere Monet rond 1856 in Le Havre zou ontmoeten en hem inwijdde in hoe je snel vlietende fenomenen als water en wolken in verf kon vastleggen; het begin van het impressionisme zou je kunnen zeggen. In dezelfde zaal zie je een tweede lijn die naar het impressionisme voert: twee havengezichten hangen naast elkaar: Havengezicht (1885-90) van Boudin en Kade in Honfleur (1866) van zijn schildervriend, de Nederlander Johan Barthold Jongkind (1819-91). Van deze Overijsselaar zou Monet, tijdens hun ontmoeting in 1862 in Sainte-Adresse net buiten Le Havre, hebben geleerd hoe je met verf transparantie van water, wolken en lucht kunt suggereren.

Pierre Bonnard, ‘Intérieur au balcon (Interieur met balkon)’, 1919
Pierre Bonnard, ‘Intérieur au balcon (Interieur met balkon)’, 1919

Niet elk meesterwerk is een meesterwerk
Zijn het allemaal meesterwerken zoals de tentoonstellingstitel suggereert? Dat is wat te veel gezegd, je zou het eerder werk van meesters kunnen noemen van wie hier heel goed werk is te zien. En toch, meesterwerken zijn er wel degelijk, zoals van Auguste Renoir (1841-1919). Er kleeft altijd iets van zijn bewonderend sentimentele blik aan zijn vrouwenportretten, ook aan het vroege Portrait de Nini Lopez (1876). Maar loop door naar een zaal verderop en dan zie je hoe Renoir in Gezicht op de baai van Salerno (1881) zijn palet met honderd kleurtinten loslaat op het weergeven van het land, de lucht en de zee. Hier komt hij tot de wilde schildertoets die dromerige vrouwenogen hem verhinderen.

Vrouwelijke kunstenaars ontbreken in de collectie van MuMa Le Havre nagenoeg; het was daarom een uitstekend idee van Singer Laren om de impressionisten Marie Bracquemond (1840-1916) en Berthe Morisot (1841-1895) uit particuliere collecties toe te voegen. Het portret dat Morisot in 1883 van haar dochter schilderde, is ook zo’n meesterwerk: kijk eens hoe zij resoluut delen van het doek onbeschilderd laat en het meisje met onbevangen kinderblik naar haar schilderende moeder laat kijken.

Tegenover de ondervertegenwoordiging van vrouwelijke schilders staat de oververtegenwoordiging van Raoul Dufy (1877-1953), de meest blije erfgenaam van het impressionisme en fauvisme. Geboren in Le Havre, wordt hij daar als de grote artistieke zoon van de stad gezien. Maar zeker in de omgeving van de grote kunstenaars in deze tentoonstelling is Dufy met zijn snelle handigheid van tweede garnituur. Met de laatste zaal, waar Dufy’s werk centraal staat, loopt de tentoonstelling dan ook leeg als een lekke band.

Besteed liever genoeg tijd aan de zaal met mooie tekeningen, waar Édouard Vuillards pastel Au coin de la fenêtre (1915) een spookachtige weerspiegeling in een vensterglas laat zien. Of maak kennis met Pierre Bonnard en zijn Intérieur au balcon (1919), waar zijn mensenschuwe echtgenote Marthe nog net zichtbaar is. Die collectionerende handelaren in koffie en katoen hadden het honderd jaar geleden met hun kunstkeuzes opvallend vaak bij het rechte eind.

Édouard Vuillard, ‘Au coin de la fenêtre (In de hoek van het raam)’, 1915
Édouard Vuillard, ‘Au coin de la fenêtre (In de hoek van het raam)’, 1915