30 juni 2026

Raken we ooit uitgepraat over Rembrandt? Waarschijnlijk niet – zeker niet wanneer het gaat over de vraag hoe hij kon uitgroeien tot een van de bekendste kunstenaars ooit. In ‘Rembrandt 1632 – Entstehung einer Marke’ richt de Gemäldegalerie Alte Meister in Kassel de blik op het jaar waarin Rembrandt Leiden verruilde voor Amsterdam, zijn entree maakte in de portretkunst en zijn naam razendsnel handelswaarde kreeg. 1632 was Rembrandts wervelwindjaar.

Zaaloverzicht ‘Rembrandt 1632 – Entstehung einer Marke’, foto: Nicolas Wefers
Zaaloverzicht ‘Rembrandt 1632 – Entstehung einer Marke’, foto: Nicolas Wefers

In 1632 viel veel samen. Rembrandt verliet Leiden definitief om zich in Amsterdam te vestigen, ging een samenwerkingsverband aan met kunsthandelaar en ondernemer Hendrick Uylenburgh en maakte zich een nieuw specialisme eigen: de portretkunst. Hij legde zijn eerste contacten met het hof in Den Haag en begon aan zijn vermaarde passiereeks. Ook kende zijn Amsterdamse carrière een bliksemstart met de geestdriftige ontvangst van De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp – met dat indrukwekkende groepsportret nestelde de ‘new kid in town’ zich in één klap aan de top.

Rembrandt van Rijn, ‘De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp’, 1632
Rembrandt van Rijn, ‘De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp’, 1632

Krankzinnig werktempo
Vanaf dat moment gold hij in Amsterdam als een van de meest begeerde en bestbetaalde kunstenaars. Een van de meest productieve ook: een overzicht aan het begin van de tentoonstelling maakt duidelijk dat Rembrandt in 1632 minstens 32 schilderijen en zes etsen maakte. En dan is zijn omvangrijke productie aan tekeningen nog niet eens meegerekend! Rembrandt zou dat krankzinnige werktempo overigens niet volhouden: aan het einde van de jaren 1640 was zijn productie gezakt naar drie à vier schilderijen per jaar.

Wie veronderstelt dat een aanzienlijk deel van het in 1632 ontstane oeuvre in Kassel te zien is, wacht een teleurstelling. We moeten het stellen zonder zijn bekendste portretten uit dat jaar. Schilderijen als De ontvoering van Europa en Man met tulband schitteren door afwezigheid, maar vooral het gemis van De anatomische les doet zich voelen. Jammer. Maar ergens ook wel begrijpelijk. Kassel beschikt nu eenmaal niet over de statuur en financiële armslag van het Kunsthistorisches Museum in Wenen waar anderhalf jaar geleden de snoeptrommel nog wagenwijd werd opengetrokken.

Rembrandt, ‘Portret van een oude man’ (atelierkopie), na 1632
Rembrandt, ‘Portret van een oude man’ (atelierkopie), na 1632

Ook zonder topstukken een genot
Maar dan nu het goede nieuws: ‘Rembrandt 1632’ is een verrassend leuke tentoonstelling. De samenstellers zijn erin geslaagd een mooi tijdsbeeld van het toenmalige Amsterdam neer te zetten. Werken van Rembrandt worden gespiegeld aan tijdgenoten – met name zijn collega Jan Lievens, die met enkele sterke bruiklenen vertegenwoordigd is. Het gemis van De anatomische les wordt op speelse wijze ondervangen met een videopresentatie waarin Tulp en zijn collega’s tot leven komen. Zelfportretten tonen het groeiende zelfbewustzijn van de schilder, die zich steeds voornamer begint te kleden. Kopieën uit eigen atelier nodigen uit tot een spelletje ‘zoek de verschillen’.

Onder de tentoongestelde schilderijen die aan leerlingen of assistenten worden toegeschreven, bevindt zich werk van hoog niveau. Een schilderij van een kale oude man bijvoorbeeld, dat als ‘Werkstattkopie’ (atelierkopie) tot het Kasselse depot veroordeeld was. Deze verbluffend trefzeker geschilderde tronie verdient een plek in de vaste opstelling.

Ook mooi: pendantportretten die op drift waren geraakt en tijdelijk zijn herenigd. De Man die zijn pen snijdt lijkt op te fleuren in de aanwezigheid van zijn vrouw, die is overgekomen uit Wenen. Dat geldt evenzeer voor de portretten van de hartsvrienden Jacques de Gheyn III en Maurits Huygens. Testamentair hadden de vrienden laten vastleggen dat hun portretten bij elkaar moesten blijven. Dat is nu gelukkig weer even zo.

Zaaloverzicht ‘Rembrandt 1632 – Entstehung einer Marke’, foto: Nicolas Wefers
Zaaloverzicht ‘Rembrandt 1632 – Entstehung einer Marke’, foto: Nicolas Wefers

Verder lezen

In Museumtijdschrift nr 5 • 2026 onderzoekt kunsthistoricus en publicist Sandra Smets wat de x-factor van een kunstenaar bepaalt. Aan de hand van onder anderen Frida Kahlo, Jackson Pollock, Andy Warhol, Damien Hirst, Jeff Koons en Marina Abramović laat zij zien hoe imago, media-aandacht, marktwaarde en persoonlijke mythes kunnen bijdragen aan artistieke sterrenstatus. Het nummer is vanaf 7 juli verkrijgbaar in de winkel en in onze webshop.