15 september 2026
Achter glazen deuren zweven duizenden ballonnen, om de hoek staat een reusachtige pompoen en in een andere zaal houdt een piepklein muisje een grootse toespraak. Deze topstukken (van Martin Creed, Yayoi Kusama en Ryan Gander) zijn tijdelijk terug in Museum Voorlinden in Wassenaar, waar ze te zien zijn met kleurrijke eyecatchers uit de vaste collectie. Met deze tentoonstelling ‘Celebrating the Icons of Art’ viert het Wassenaarse museum zijn tienjarige bestaan.
Een van de eigen iconen zijn de minuscule liftjes (2001) van Maurizio Cattelan (1950) die achteloos in een muur zijn verstopt. De kleine schuifdeurtjes openen en sluiten, met bijbehorende geluiden. Gehurkt voor het werk slaat een jong meisje een kreet van verrukking: als ze niet tot haar enkels zouden komen, zou ze zo naar binnen willen stappen.
Dat gevoel van herkenning, dat omslaat in vervreemding, is kenmerkend voor de tentoonstelling: zo wordt de wereldberoemde Blauweregen (1917-20) van Claude Monet (1840-1926) gecombineerd met een cilindervormig glassculptuur (2012-13) van Roni Horn (1955). Door ze te bekijken vanuit verschillende perspectieven en met veranderende lichtinval, benadrukken de werken de vloeibaarheid van beeld en de transformatie van wat kleuren, materiaal en vormen op het eerste gezicht lijken te zijn.
Letterlijk onmisbaar is het gigantische beeld van de gehurkte Boy (1999) van Ron Mueck (1958). In weerwil van zijn formaat probeert de jongen zich te verbergen en verschuilt hij zich achter zijn armen. Ernaast hangt Andy Warhol’s (1928-87) werk Camouflage (1986), dat met zijn felle kleurencombinatie schreeuwt om aandacht. Met zulke zichtbare en onzichtbare verbindingen valt er in de tentoonstelling steeds iets nieuws te ontdekken.


