Zundert bezit geen schilderij van Vincent van Gogh, maar het is wel de plek waar hij in 1853 werd geboren. Het Vincent van GoghHuis in Zundert toont nu de alledaagse voorwerpen die hij in zijn schilderijen gebruikte.

Vincent van Gogh, ‘Veertien zonnebloemen in een vaas’, 1889, collectie Van Gogh Museum, (links) en vetpot/inmaakpot, 1875-1900, collectie Martin Bailey (rechts)

Over Vincent van Gogh willen we altijd nóg meer weten. Daarom speurde Alexandra van Dongen, conservator historische vormgeving bij Museum Boijmans Van Beuningen, naar de alledaagse vaasjes, potten, flesjes, kannetjes, hoeden, pijpjes, lamp en stoel, die Vincent voor zijn stillevens en portretten gebruikte.
In 2021 spitte zij als eerste kunsthistoricus-resident daadwerkelijk door een schervenberg achter de pastorie in Nuenen naar gebroken vaatwerk, op de tentoonstelling te zien in een vitrine. Vervolgens leende zij Vincents voorwerpen die Jo Bonger, weduwe van zijn broer Theo, naliet aan het Van Gogh Museum en een vaas uit de collectie van Musée d’Orsay. Ontbrekende objecten verving Van Dongen door identieke exemplaren.

Zaaloverzicht, foto: Vincent van GoghHuis

Mickey Mouse
Met de tentoonstelling ‘Dichter bij Vincent’ slaat men twee vliegen in één klap: het materiaal-historische voorwerpenonderzoek van Alexandra van Dongen en de speelse interpretatie ervan door Monika Dahlberg en André Smits. Dit Zeeuwse kunstenaarspaar stortte zich op Van Dongens bevindingen, maar negeerden Vincents reputatie als publiekslieveling en togen mild ontheiligend te werk. Over de muren trok Smits zwarte kronkellijnen. Tekstwolkjes verwijzen naar feiten uit Vincents rusteloze bestaan. Dahlberg ‘knipte’ personages uit schilderijen, voorzag ze van Mickey Mouse-oren, knaagtandjes en schrikogen, en plakte er bloemen en spulletjes aan vast.
De attributen in vitrines staan centraal. Vincent oefende met het schilderen van stillevens, waarvoor hij letterlijk voor de hand liggende voorwerpen gebruikte, zoals de tot vervelens toe nageschilderde Chinese grijsgroene gemberpot. Meest modern is een eind negentiende-eeuws Duits petroleumlampje: de enige, maar constante lichtbron voor boerengezinnen en wevers.

Vincent van Gogh, ‘Stilleven met fritillaria’s’, 1887, collectie Musée d’Orsay (links) en melkkan, ca. 1880, collectie Van Gogh Museum (rechts)

Aardappel anders
Vincents bekendste petroleumlampje bungelt op ‘De aardappeleters’ (1885), een vroege, nog onbeholpen topper. Vanwege andere aardappels, in een aardewerken schaal, dacht men dat dit donkerbruine stilleven uit dezelfde periode stamde. Van Dongen herkende de steelschaal echter als traditioneel Parijse casserole, waarover Vincent in Brabant nog niet had kunnen beschikken. De firmastempel van een Parijse verfwinkel op het spieraam van het schilderijtje bevestigde haar vermoeden. Dit stilleven komt inderdaad uit zijn eerste Franse jaren: 1886 of 1887. Overigens gebruiken wij Nederlanders zo’n schaal pas sinds 1970 voor de kaasfondue.
Het was al bekend dat Vincent de fabuleuze ‘Zonnebloemen’ (1889) in een boers vetpotje voor confit de canard afbeeldde. Het ging hem om de kloeke vorm en het okergeel. De Britse bruikleengever van een soortgelijke vetpot zette er ooit zonnebloemen in, waarna alles omviel. Vijftien zonnebloemen blijken te lang en te zwaar om stabiel en rechtop in zo’n pot te zetten. Vincent zal boeket en ‘vaas’ dus los van elkaar hebben neergezet en al schilderend samengevoegd. Ook benutte hij een luxe Japans vaasje en een gedecoreerd loodglazuur likeurkannetje als inspiratiebron. Vincents gele, houten bed uit Arles mist in Zundert. Zijn achterachterneef Johan (vader van filmer Theo van Gogh) schonk het in 1945, via het Rode Kruis, aan oorlogsslachtoffers in Boxmeer, waarna het niet meer was terug te vinden. Blijft dus nog de vraag wíe daarna – onbewust – in Vincents oude bed sliep.

Catalogus: Alexandra van Dongen, ‘Dichter bij Vincent. Alledaagse voorwerpen in het werk van Vincent van Gogh’, uitgeverij Sterck & DeVreese, Gorredijk, 224 pagina’s, € 29,90

Zaaloverzicht, foto: Vincent van GoghHuis